De spijkerbroek is rond 1870 ontworpen om in te werken. Maar hoe is de functionele werkbroek anno 2025, waarin technici en andere vakmensen werken, eigenlijk ontstaan? In dit artikel vertel ik je de geschiedenis van de werkbroek met kniestukken en opbergzakken.

Jeans als werkbroek
Je kunt het je misschien haast niet voorstellen maar de eerste werkbroeken zijn gemaakt va dierenhuid.
Dit was immers stevig, maar relatief zwaar en niet erg flexibel. Maar zodra de eerste spijkerbroeken op de markt kwamen, werden de dierenhuiden al snel ingeruild voor denim. Dit was immers betaalbaarder, lichter en soepeler om te dragen dan leer.
Toch bleken ook de eerste modellen niet erg geschikt voor ruwe werkomstandigheden. Ze scheurden snel en gingen daardoor niet zo lang mee. Daarom besloten Levi Strauss en Jacob Davis, die de eerste spijkerbroeken ontwikkelden, om zwakke plekken te verstevigen met metalen klinknagels. In 1873 kregen zij patent op de spijkerbroek, wat in 1900 verviel. Door het vervallen van dit patent kregen andere bedrijven de mogelijkheid om hun eigen werkbroeken te maken.
De geschiedenis van de werkbroek met kniestukken en opbergzakken
In 1938 kregen de Britse soldaten voor het eerst een speciaal gevechtsuniform zoals we die nu kennen. En hiermee werd de cargozak geïntroduceerd. Dit is een opgestikte zak met een klep die wordt gesloten door middel van een knoop, klittenband of magneet. De soldaten gebruikten deze zak om onder meer kaarten, munitie, verbandmiddelen en gereedschap in te bewaren. Een losse zak op de zijkant van het been was destijds nieuw. Tot op dat moment droegen mensen alleen zakken aan de voorkant of achterkant van de broek.
In de Tweede Wereldoorlog besloot het Amerikaanse leger de uniformen van de paratroepers ook te voorzien van extra zakken. Omdat zij veel spullen bij zich droegen, kregen zij zakken op de heupen en kuiten.

Na de oorlog waren er veel militaire uniformen die niet meer werden gebruikt. Om er toch iets aan te verdienen, werden de broeken voor weinig geld verkocht aan bouwvakkers, boeren en technici. Zij kwamen er vervolgens achter dat de extra zakken ook handig zijn om gereedschap en notitieboekjes in op te bergen. Hierdoor besloten Europese en Amerikaanse werkkledingbedrijven in de jaren 50 en 60 zich te laten inspireren door de militaire broeken.
Kniestukken in werkbroeken
In 1975 was het Matti Viio die de werkbroek veranderde. De Zweedse elektricien vond dat de huidige werkbroeken niet functioneel en comfortabel genoeg waren. Hij bedacht een werkbroek die voorzien was van holsterzakken op de dijen, insteekvakken op de knieën waar foam- of gelkussens in geplaatst konden worden en een ergonomische pasvorm. In zijn ogen moest werkkleding niet gezien worden als bijzaak, maar als gereedschap.
Zijn uitvinding was niet meteen een succes. Pas rond 1980 en 1990 werd deze broek populair in Scandinavische landen, en daarna ook in andere delen van Europa. In 2004 was kniebescherming zo belangrijk geworden dat er zelfs een Europese norm (EN 14404:2004) kwam die omschreef waaraan deze moest voldoen. In 2010 is deze aangevuld met prestatieniveaus (zoals Level 0, Level 1, Level 2), strapbreedtes en penetratietesten.

De geschiedenis van de werkbroek in ontwikkeling
Tegenwoordig zijn zakken en kniebescherming niet meer weg te denken wanneer het gaat om werkbroeken. Daarnaast hebben we de knopen voor bretels ingeruild en dragen we nu massaal een riem om de broek op zijn plek te houden. Maar zoals je ziet, heeft dat allemaal best een tijd geduurd. Met de nieuwe technologische ontwikkelingen is het wachten op broeken met sensoren of misschien zelfs ingebouwde ventilatoren? We zullen zien wat de toekomst gaat brengen.
groetjes,
Aileen
* Dit artikel heb ik geschreven in samenwerking met Jojo Jeans. Lees voor meer informatie mijn disclaimer.
