De keerzijde van prachtig geklede Italianen

Wanneer het gaat om mooie, representatieve kleding dan wordt er vaak verwezen naar de Italianen. Zij weten zich altijd goed en mooi te kleden, is wat men zegt. Ja, daar zouden we een voorbeeld aan moeten nemen. Ik hoor het al jaren. Maar recent had ik een gesprek dat mij de keerzijde van prachtig geklede Italianen liet inzien. Want het ziet er van de buitenkant mooi uit, maar is het wel echt zo mooi?

De keerzijde van prachtig geklede Italianen
Foto: Aarif SheikhUnsplash

 

Lange, rode haren

In de stromende regen sta ik daar met mijn paraplu. Voordat ik de salon binnen stap kijk ik nog even naar binnen. Het ziet er rustig en kalm uit. Precies wat ik vandaag nodig heb.

Bij binnenkomst blijk ik te vroeg te zijn en mij wordt gevraagd of ik plaats wil nemen op de bank bij het raam. Vanuit de gifgroen gekleurde bank kijk ik om mij heen. Ik zie allemaal pastelkleuren op de muur. Ja, dit voelt echt als een beautysalon. Dan staat er plotseling een dame voor mij. Ze draagt een lang, denim schort met allemaal kleine broches erop. In het Engels vraagt ze of ik kom voor de nieuwe set met nagels. Ja, zeker!

Terwijl ik meeloop naar een tafel zie ik haar lange, fel rode paardenstaart dansen op haar rug. Eenmaal aan haar tafel vraagt ze wat voor een nagels ik wil en krijg ik talloze kleuren te zien. Ik besluit mijn nagels iets te verlengen en kies voor een donkerrode kleur.

 

Italiaanse cultuur 

Wanneer ze mijn nagels begint te vijlen, valt er een stilte. Ik neem de tijd om eens goed naar haar te kijken. Onder haar schort draagt ze een fel roze T-shirt en haar armen zijn bedekt met gekleurde tatoeages. Verschillende dieren, net zoals de broches op haar schort. Een vrolijke, creatieve dame is wat ik zie.

Terwijl ze een nieuwe vijl pakt kijkt ze mij nog eens aan. ”Wat heb je een mooie ogen,” zegt ze. Ik bedank haar voor het compliment. Vervolgens vraagt ze wat voor werk ik doe. ”Ik schrijf over zakelijke mode en werkkleding”, zeg ik. Ik zie een verbaasde blik. Ze vertelt mij meteen dat ze uit Italië komt en dat ze mij daar een hoop over kan vertellen. ”Waarom ben je daar eigenlijk weggegaan?” vraag ik haar. Het blijkt een startschot te zijn voor haar verhaal.

”Ik kom uit zuid Italië en het is daar bizar warm. Mensen die op vakantie gaan vinden het heerlijk, maar je hebt geen idee hoe het is om er te leven. Ik werkte daar in een beautysalon en zelfs met twee airco’s was het te warm. Wanneer het buiten 38 graden is, dan is het lastig om het binnen écht koel te krijgen. Ik was het zat, wilde weg. Iets anders. Mensen zijn daar geobsedeerd door het uiterlijk. En ik vind het heerlijk hier.’

 

Nog meer kleding…

Ik knik terwijl ik naar haar verhaal luister. Voor mij is 25 graden al te warm, dus ik snap haar helemaal. Terwijl er beelden van de Pitti, hét mode evenement in Italië, door mijn hoofd flitsen probeer ik mij een voorstelling te maken van de dagelijkse kleding die daar wordt gedragen. Ik vraag haar of echt iedereen er zo mooi uitziet als tijdens de Pitti.

”Het uiterlijk is echt heel erg belangrijk in de Italiaanse cultuur. Vanaf het moment dat kinderen worden geboren krijgen ze iedere verjaardag eigenlijk alleen maar kleding. Het slaat nergens op. Zo’n klein kind heeft er niets aan. Je koopt de kleding eigenlijk voor de ouders, want die vinden het heel belangrijk. Er zijn zelfs ouders die witte gympen van Versace voor hun driejarige peuter kopen. Wie doet dat nou? Dat is toch raar?”

Opnieuw knik ik. Ja, natuurlijk heeft een kind daar weinig aan. Wanneer ik aangeef dat de kinderen hier soms juist omkomen in het speelgoed word ik meteen onderbroken.

”Dat is geweldig! Een kind moet een kind kunnen zijn en lekker kunnen spelen. Mijn neefje kreeg ooit op zijn vijfde verjaardag van één iemand speelgoed. Zijn ogen werden zo groot! Hij was oprecht blij. Al die kleding deed hem niks, dat vonden zijn ouders vooral leuk. Wist je dat heel veel Italiaanse kinderen om die reden binnen zitten met een iPad? Die ouders willen niet dat al die mooie kleding vies wordt…”

 

Obsessie

Vol ongeloof kijk ik haar aan. ”Ik dacht dat de Nederlandse kinderen al veel op iPads zaten,” zeg ik vol verbazing. Terwijl mijn grote ogen haar aankijken gaat ze verder met haar verhaal.

”Het begint al bij kinderen, maar het wordt erger wanneer ze ouder worden. Bij volwassenen heerst er ook een soort obsessie voor het hebben van een bruine huid. Je leeft natuurlijk in een land waar best vaak de zon schijnt, maar eigenlijk hebben mensen geen tijd om in de zon te liggen. Heel veel mensen werken binnen en zijn daarom helemaal niet zo bruin. En dus gaat men massaal naar de zonnestudio. Want een blanke huid hebben, dat kan gewoon écht niet. Je moet gebruind zijn. Het schoonheidsideaal is een bruine huid, donkere haren en lichte ogen.”

Ik glimlach. ”Dus daarom vind je mijn ogen mooi? Mijn ogen zijn licht groen en dat is het Italiaanse schoonheidsideaal.” Ze knikt. ”Ja, misschien ook wel. Ik ben ermee opgegroeid.”

 

Tatoeages

Opnieuw glijden mijn ogen langs haar armen. ”En tatoeages zijn dan zeker ook veel meer geaccepteerd daar?” vraag ik aan haar.

”Welnee, juist niet!” roept ze meteen. ”Een tatoeage wordt daar gezien als een fout die je hebt gemaakt in je tienerjaren. Het is niet netjes en moet dus bedekt worden, zeker op het werk. Het bizarre is dat ondertussen echt iedereen een tatoeage heeft in Italië. Mensen zeggen in Nederland wel eens dat veel mensen een tatoeage hebben, maar ten opzichte van Italië valt het erg mee.

Wanneer ik wel eens op een terras zat in Italië, dan zag ik al die mannen in pak hun jasje uitdoen en de mouwen opstropen. Dan komen plotseling alle tatoeages tevoorschijn. Geweldig om te zien, maar ergens ook bizar. Zo moest een vriend van mij in de zomer een kleine tattoeage op zijn pols bedekken door lange mouwen. Wel of geen 38 graden, hij schonk koffie in een café en daar werd het niet geaccepteerd. Hier zie je het overal.”

 

Lekker casual

Terwijl ze de laatste topcoat over mijn nagels aanbrengt, besluit ik haar oordeel te vragen over hoe zij vindt dat de Nederlander zich kleedt.

”Hier doen mensen niet zo moeilijk over kleding. Als jij in je joggingbroek naar de supermarkt wil, dan kijkt niemand daar raar van op. Je kunt gewoon dragen wat je wilt en dat vind ik geweldig. Na vier jaar in Nederland te hebben gewoond ziet mijn kledingkast er heel anders uit. Ik kan iedere kleur en stijl dragen die ik wil. Mijn kledingkast is sowieso veel kleurrijker geworden. In Italië moest alles chique en donker zijn.

Ze wijst naar haar t-shirt. ”Dit had ik in Italie niet op het werk kunnen dragen. Veel te simpel en veel te kleurrijk. En weet je wat ook zo heerlijk is? Je voelt hier geen druk om je op te tutten. Als je man in Italië al anderhalf uur voor de spiegel staat, dan kun jij niet achterblijven. Hier stappen de mannen in een jeans en t-shirt de deur uit. En voel je dus ook geen druk om er chique uit te zien.”

Even later sta ik weer buiten, inclusief lange, donkerrode nagels. Het is alweer bijna zeven uur en een stuk kouder geworden. Ik bel mijn man, die inmiddels al thuis is van het werk, en stel voor om samen tapas te gaan eten in de stad. ”Neem je mijn donkergrijze softshell vest mee? Ik heb het zo koud,” zeg ik via de telefoon. Een kwartier later zitten we aan tafel in het restaurant. Hij in een – jawel – spijkerbroek, t-shirt en gympen. Ik in mijn pantalon, pumps en blouse. Met mijn casual vest er overheen. Het is niks voor mij om deze erbij te dragen. Maar ach, we leven in Nederland. Laat ik op mijn eigen manier ook maar eens los gaan. Het kan tenslotte.

 

 

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge