De valkuil van kleding bewaren voor speciale gelegenheden

Bijna iedereen heeft wel kleding of accessoires voor speciale gelegenheden. Dat prachtige horloge of die paar hoge, chique hakken. Dat mooie overhemd of die feestelijke jurk. Ze liggen in de kast te wachten op dat ene moment.

Recent zag ik op YouTube een TEDx-presentatie van Gillian Dunn over dit  gedrag. Het bewaren van spullen voor een speciaal moment. Tijdens haar verhaal ging ze in op de vraag waarom wij dit doen en vooral waarom we het niet zouden moeten doen. Een interessante visie die ik vandaag met jou ga delen.

 

Smeltende kaars

Dunn vertelt aan het begin van haar presentatie over het feit dat ze ooit een mooie, blauwe kaars kocht. Ze wilde hem aansteken tijdens een bijzonder diner, ze wist alleen nog niet wanneer. Toen dat moment twee jaar later eenmaal was aangebroken bleek de kaars te zijn gesmolten.

Dit zette haar aan het denken over spullen die mensen kopen en vervolgens bewaren voor een bepaald moment. Wanneer we dat doen, dan beslissen wij dat ze alleen geschikt zijn voor dat ene moment. Maar in praktijk komt dat moment vaak niet. Als voorbeeld vertelt ze over een gesprek tussen twee mannen waarbij de één de ander een compliment geeft over zijn horloge. Op dat moment zegt de drager dat dit inderdaad een mooi horloge is, maar horloges thuis pas écht mooi zijn. Waarop de ander reageert met de opmerking dat de mooiste nooit uit de doos komen. En dus thuis blijven…

Wanneer Dunn gaat letten op haar eigen gedrag, dan komt ze erachter dat ze bepaalde items ook niet draagt omdat zij deze te mooi vindt. Zo kreeg ze ooit een ketting die ze mooier vond dan diegene die ze op dat moment vaak droeg. Ze vroeg haar zus vervolgens of de nieuwe ketting niet ‘te mooi’ was om dagelijks te dragen. Haar zus zei dat dit hetzelfde was als wat Dunn eerder had gedaan met de kaars. Wanneer ze had besloten dat hij te mooi was, dan had ze hem in de kast gelegd en gewacht tot een bijzonder moment.

 

Waarom we dit doen

Getriggerd door de spiegel die haar zus voorhield besloot ze te achterhalen waar dit gedrag vandaan kwam. Ze kwam erachter dat we spullen kopen voor speciale gelegenheden, en er vervolgens niets mee doen, om twee redenen. De eerste reden is dat we graag spullen verzamelen omdat we het idee hebben dat we ons op deze manier kunnen onderhouden in zware tijden. Dat zit in ons systeem. Maar terwijl onze huizen in vergelijking met vijftig jaar geleden drie keer zo groot zijn, staan zolders en garages vol met spullen. Je houdt dus pas op wanneer je huis vol staat.

De tweede reden is dat we bewust of onbewust het gevoel hebben dat we niet goed genoeg zijn. We kopen spullen die ons dat gevoel moeten geven. Zo wordt er vaak kleding gekocht die nét iets te klein is. Want pas als je bent afgevallen, dan kun je het aan en voel je je goed genoeg. Of je koopt een paar mooie, hoge hakken op het moment dat jij je slecht voelt. Ze staan prachtig voor de spiegel, maar buiten het huis zul je ze uiteindelijk niet dragen. In de winkel zeggen we tegen onszelf dat we goed genoeg zijn voor deze spullen, maar thuis verandert dit.

Om die reden noemt Dull dit eigenlijk geen spullen, maar beloftes. Beloftes dat er ooit een bepaald moment gaat komen. Dat je bijvoorbeeld ooit gaat afvallen, een geweldig feest hebt of promotie krijgt.

 

Wat als dit moment niet komt?

In het dagelijks leven werkt Dull als verpleegkundige in een ziekenhuis bij de spoedeisende hulp. Juist haar werk zette haar nog meer aan het denken over dit onderwerp. Ze ziet dagelijks mensen binnenkomen die plotseling zijn opgenomen. Mensen die het misschien niet gaan overleven. Op dat soort momenten wordt ineens heel duidelijk wat er belangrijk is in het leven. De reden om iets niet te gebruiken of te dragen blijkt helemaal niet zo belangrijk te zijn.

Ze benadrukt dat ze met dit verhaal niet simpelweg wil zeggen dat je al je spullen moet gebruiken en niets meer moet sparen. Nee, ze wil aangeven dat het leven is wat jij ervan maakt. In de ogen van Dull moeten we niet alleen spullen kopen, maar ze vooral gaan gebruiken.

Tijdens gesprekken met vriendinnen kwam ze erachter dat eigenlijk iedere vrouw een jurk heeft die ze niet draagt. Ze vindt hem te kort, te strak, te feestelijk of iets anders. Ze besloot om met al haar vriendinnen uit eten te gaan en gaf de dames de opdracht om allen die ene jurk aan te trekken die ze normaal niet droegen. Tijdens het etentje zag ze de keerzijde. De dames kregen zelfvertrouwen en een gevoel van vrijheid. Een gevoel wat anders in de kast was blijven hangen.

 

Blauw met glitters

Het is echt bizar, maar na het schrijven van het concept van dit artikel had ik precies zo’n kaars-moment. Op mijn kantoor had ik al lange tijd een aantal dure Yankee Candle waxinelichtjes in de kast liggen. Toen ik deze uit het doosje haalde, bleken ze lange tijd schuin te hebben gelegen en was de wax over het cupje gesmolten. Gelukkig viel de ‘schade’ mee, kon ik met een mesje de lont los peuteren en hem alsnog gebruiken.

Maar ook in mijn kledingkast heb ik een mooie blazer van Cavallaro hangen die ik nooit draag. Ooit gekocht toen vrienden mij overhaalden omdat hij zo gaaf was. Hij is blauw en heeft een zilveren, glitterachtige finish. Omdat er dus een soort glans overheen zit, vind ik dat hij alleen geschikt is voor speciale gelegenheden. Zonde, want ik denk dat hij nu alweer bijna een jaar in de kast hangt en al die tijd niet is gedragen. Terwijl ik mij nu afvraag wat er zo erg is aan een beetje glitter op de werkvloer.

 

Gebruiken is een probleem

Toch gaat dit thema verder dan de keuze om iets wel of niet te gebruiken. We zijn tegenwoordig steeds meer bezig met het kopen van verantwoorde producten. We voelen ons goed als we gerecyclede spullen kopen die gemaakt zijn onder goede omstandigheden. Maar wat doen we met de spullen die we al hebben? Juist, tijd om deze ook eens te gaan gebruiken..

 

Groetjes,

Aileen

One Comment

  1. Prachtig artikel. Ik herken het. Toen ik klein was had ik zondagse kleding die ik dus maar 1x per week droeg. Op een dag vroeg ik aan mijn moeder of ik ze vaker mocht dragen omdat ik het anders te weinig droeg en er uit gegroeid zou zijn zonder er veel plezier van te hebben gehad. Ze vond het een heel goed idee. Daarna heb ik nooit meer zondagse kleding gehad. Wel kleding waar ik heel blij mee was. Niet gebruiken omdat het te mooi. Onlangs dacht ik hier weer aan en heb ik besloten dat ik juist dingen ga gebruiken omdat ze mooi zijn. En juist te gaan dragen omdat ze mooi zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge