Hugo Boss, SS-uniformen en nazi-verleden: wat nieuw onderzoek laat zien

Hugo Boss staat tegenwoordig vooral bekend om zijn luxe modeartikelen, maar het nazi-verleden van Hugo Boss krijgt de laatste jaren opnieuw aandacht. Oorspronkelijk begon het bedrijf namelijk als leverancier van Duitse SS-uniformen. Een nieuwe, academische studie van Dr. Magdalena Ickiewicz-Sawicka laat zien wat dit betekende voor de branding van Hugo Boss. 

Duitse bruine en blauwe soldatenuniformen tijdens het nazi-verleden
Kleurenposter met de insignes, patches, hoeden en uniformen van het Duitse leger (1943). Links: Duitse soldaat die het blauwe velduniform draagt. Rechts: Duitse soldaat die het bruine Afrika Korps-uniform draagt. Inclusief de nationale emblemen die op hoofddeksels worden gedragen. Let op: Hugo Boss maakte een deel van de uniformen tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s. Deze afbeelding laat enkel zien hoe de uniformen eruitzien.
Bron: United States Army,Services of Supply, Special Service Division, via Wikimedia Commons (publiek domein)

Hugo Boss als producent van SS- en Wehrmacht-uniformen

Het bedrijf werd in 1922 opgericht door Hugo Ferdinand Boss. Samen met zijn twee partners Albert en Theodor Bräuchle maakte hij overhemden, werkkleding, sportkleding en regenjassen. Door de economische crisis kwam het bedrijf echter in de problemen en vroeg het in 1931 faillissement aan. De dertig medewerkers werden ontslagen. In overeenstemming met de schuldeisers bleef Boss achter met slechts zes naaimachines.

In hetzelfde jaar sloot hij zich aan bij de nazipartij en werd hij sponsor van de Schutzstaffel (SS), een paramilitaire organisatie binnen de nazipartij (NSDAP) in nazi-Duitsland. In de jaren erna raakte hij ook betrokken bij diverse interne organisaties die vielen onder de nazi’s. Door zijn groeiende netwerk ontving Boss langzaamaan steeds meer aanvragen voor het leveren van uniformen voor de nazipartij en haar organisaties. Hij besloot een fabriek te openen in Metzingen, met enkele tientallen medewerkers.

Eind 1932 was Boss een van de producenten van de zwarte SS-uniformen. Deze waren ontworpen door kunstenaar Karl Diebitsch en grafisch ontwerper Walter Heck, die beiden SS-leden waren. Vanaf 1938 leverde Boss ook uniformen voor de Wehrmacht, de krijgsmacht van nazi-Duitsland. Later deed Boss dit eveneens voor de Waffen-SS, de paramilitaire organisatie van de nazipartij.

Mogelijke uniformen die Hugo Boss heeft gemaakt gedurende het nazi-verleden
Verschillende uniformen van het Duitse leger (Wehrmacht) van nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Let op: Hugo Boss was in deze periode één van de bedrijven die dergelijke uniformen produceerde. De afgebeelde uniformen zijn dus niet allemaal gemaakt door Hugo Boss.
Illustraties: Joint Army Navy J.A.N. No.1 Guide, opgesteld door de Army Information Branch, M.S.D., A.S.F., New York (1944). Bron: Wikimedia Commons
(publiek domein)

Dwangarbeid en groei tijdens het naziregime

Om de grote hoeveelheid uniformen te kunnen leveren, nam Boss steeds meer mensen in dienst. Maar niet iedereen die er werkte, deed dit vrijwillig. Zo had het bedrijf naast circa driehonderd medewerkers ook honderdveertig dwangarbeiders, waarvan het grootste deel bestond uit vrouwen uit Polen of de Sovjet-Unie.

Criminoloog Dr. Magdalena Ickiewicz-Sawicka benadrukt in het artikel dat zij schreef naar aanleiding van haar onderzoek dat Boss bij de uitbreiding van het bedrijf voor een groot deel afhankelijk was van dwangarbeiders. Zo werden er ook arbeiders uit bezette landen binnengehaald, waaronder Joodse en Slavische gevangenen. Volgens de auteur functioneerde Hugo Boss “als een organisatie die profiteerde van samenwerking met het criminele nazi-regime van het Derde Rijk”.

Hugo Boss nazi-verleden zorgde voor zware straf

Toen de nazi’s werden verslagen en de Tweede Wereldoorlog tot een einde kwam, moest Boss zich verantwoorden voor zijn rol binnen de partij. Hij verscheen in 1946 voor het denazificatietribunaal (speciale rechtbanken en commissies die na de Tweede Wereldoorlog werden opgericht om Duitsers en Oostenrijkers te berechten en te zuiveren van hun nazistische betrokkenheid), waar hij een boete kreeg van omgerekend 70.553 dollar, wat destijds een zeer hoog bedrag was. Omdat hij lid was geweest van de nazipartij, deze financieel had gesteund en uniformen leverde, werd hij gezien als activist, supporter en begunstigde van het nationaalsocialisme. Zijn stemrecht werd hem ontnomen en hij mocht geen bedrijf meer runnen.

Boss was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep. Hierdoor werd hij in een later stadium geschaard onder ‘volger’ van de nazipartij, in plaats van activist. Daardoor viel hij in een lagere strafcategorie. Kort daarna overleed Boss in 1948 op drieënzestigjarige leeftijd.

Zijn zoon Siegfried Boss en zijn schoonzoon Eugen Holy namen het bedrijf over en specialiseerden zich in verschillende soorten uniformen en werkkleding. Ze maakten onder meer kleding voor het Franse leger en het Franse Rode Kruis. Later deden ze dit ook voor de politie, het postkantoor en de spoorwegen. Toen het bedrijf in 1950 bestellingen ontving voor herenpakken, veranderde de koers van Hugo Boss. Het bedrijf ging steeds meer kant-en-klare pakken verkopen. Na de overname van de zonen van Eugen Holy groeide het bedrijf uit tot een internationaal mode- en lifestylemerk. 

Hugo Boss liet onderzoek uitvoeren

Ondanks het commerciële succes van Hugo Boss bleef het duistere verleden het bedrijf achtervolgen. In de jaren negentig kwam er internationale aandacht voor bedrijven die hadden geprofiteerd van nazi-dwangarbeid. Hugo Boss was hierin niet de enige en ook niet de enige leverancier van nazi-uniformen die dwangarbeiders gebruikte. Door de grote hoeveelheid uniformen die werden gedragen door het Duitse leger werkten de nazi’s met tientallen textielleveranciers.

Hugo Boss besloot naar aanleiding van de aandacht rondom zijn verleden een miljoen dollar over te maken naar een fonds voor oorlogsslachtoffers. Ook werd in een openbare verklaring aangegeven dat het bedrijf zijn “diepste spijt uitte aan iedereen die schade of ontbering leed in de fabriek die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Hugo Ferdinand Boss werd gerund.”

Eind jaren negentig gaf het bedrijf opdracht aan historica Elisabeth Timm om onderzoek te doen naar het oorlogsverleden van Hugo Boss en de rol die dwangarbeid daarin speelde. Het bedrijf maakte het rapport zelf niet openbaar. Historica Timm stelde het later publiekelijk beschikbaar.

Waarom het nazi-verleden van Hugo Boss vandaag nog relevant is

Waar eerdere onderzoeken naar de activiteiten van Hugo Boss zich vooral richtten op de schuldvraag, heeft Dr. Magdalena Ickiewicz-Sawicka zich gefocust op het heden. Volgens de criminoloog heeft het bedrijf de geschiedenis niet ontkend, maar wel gekaderd.

Door zelf onderzoek te doen, excuses aan te bieden en financiële compensatie te betalen, kreeg het bedrijf grip op de beeldvorming. Zo bepaalde het mede hoe het publiek het verhaal te horen kreeg. Volgens Ickiewicz-Sawicka kiest het bedrijf ervoor om het verleden geen plek te geven in het merkverhaal richting consumenten en investeerders.

Maar zijn bedrijven maatschappelijk verplicht om na excuses en compensatie alsnog hun oorlogsverleden te blijven delen? Is dat een vorm van respect richting nabestaanden, of mogen zij hun commerciële ambities najagen en deze gebeurtenissen naar de achtergrond schuiven? Wat vind jij?

Groetjes,

Aileen

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge