Joggingbroekgate in de Tweede Kamer legt vinger op zere plek

Afgelopen week werden de nieuwe Tweede Kamerleden geïnstalleerd. Een van de meest opvallende aanwinsten is Kauthar Bouchallikht, een zesentwintigjarige klimaatactiviste. Met een voorkeursstemmen wist zij meteen op de negende plaats van GroenLinks binnen te komen. Maar dat was niet het enige waar ze deze week indruk mee maakte. Ze veroorzaakte een heuse joggingbroekengate.

 

Bouchallikht in joggingbroek

Donderdag 8 april verscheen de nieuwe politica in de Tweede Kamer, gekleed in een broek die veel weg had van een joggingbroek. Vervolgens gingen mensen los op Twitter. Vooral de combinatie van haar houding en broek schoot bij velen in het verkeerde keelgat.

Er zijn natuurlijk meer voorbeelden van Kamerleden die er anders uitzien dan hun collega’s. Of ook wel eens met de handen in zakken staan.

Is het eigenlijk wel een joggingbroek? En niet gewoon een onhandige foto?

Dus was het tijd om de meningen van de Nederlanders te polsen…

Het is niet de eerste keer dat een lid van de Tweede Kamer in opspraak raakt vanwege een casual kledingstuk. In 2018 kwam Peter Kwint van de Socialistische Partij in het nieuws omdat hij enkel een T-shirt en broek droeg tijdens een debat. ”Waar is uw jasje? ” vroeg kamervoorzitter Khadija Arib. Het zorgde voor een discussie op sociale media over wat een politicus wel of niet zou moeten dragen. Uit een onderzoek bleek destijds dat 55% van de Nederlanders van mening was dat de kleding van Kwint ervoor zorgde dat hij minder serieus werd genomen.

 

Joggingbroekgate in de Tweede Kamer legt vinger op zere plek

Ook anno 2021 is dit nog steeds een actueel thema. Bouchallikht ontving een hoop kritiek op haar uiterlijk, terwijl men er niet eens zo zeker van was of ze überhaupt wel een joggingbroek droeg. Het laat hoe dan ook zien in wat voor tijd we leven. We waarderen individualisme, dragen steeds meer casual kleding en vinden het belangrijk dat mensen zich fijn voelen in hetgeen wat ze dragen. Aan de andere kant hechten we waarde aan tradities en erkennen we dat het uiterlijk nu eenmaal invloed heeft op de beeldvorming. En dat schuurt.

Want ondanks dat je prima een eigen stijl kunt hebben en daarbij rekening kunt houden met je beroep, zijn deze thema’s voor velen lastig te combineren. Terwijl de casual kledingstijl zich als een olievlek verspreidt binnen de arbeidsmarkt verschillen we van mening over wat wel en niet acceptabel is. We hebben immers allen een andere opvoeding, (werk)ervaring en leefomgeving. De normen en waarden verschillen en daarom lijken we het in deze tijd lastig eens te kunnen worden over wanneer casual kleding passend is en wanneer niet. Dat geldt niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook voor vele andere organisaties.

Zolang we geen dresscode op papier zetten blijven we discussiëren over wat we wel en niet representatief vinden. Maar het opschrijven van kledingregels staat weer haaks op onze individualistische maatschappij waarin we vinden dat mensen zelf moeten bedenken wanneer welke kleding gepast is. En publieke figuren vervolgens afgebrand worden zodra de kleding niet overeenkomt met de normen en waarden van het mondige publiek. Een vicieuze cirkel waar we op deze manier niet uitkomen en het thema vooral lastiger maken dan dat het is. Mijn advies is daarom om toch maar een dresscode voor de Kamerleden op papier te zetten. Daarmee wordt de kans op een volgende discussie over kleding verkleind en kunnen we het weer hebben over de inhoud van de debatten.

 

Groetjes,

Aileen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge