Twijfels over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Laten we het eens hebben over de nieuwe ambulancekleding. Ik publiceerde begin 2019 een artikel waarin ik de ontwerpster en de begeleider van het proces interviewde. Eind 2019 ging ik naar Wiltec, het bedrijf dat de kleding levert aan de verschillende ambulancediensten. Ook bij dit proces liet ik jullie meekijken op mijn blog.

Destijds gaf ik bij de betrokkenen aan dat ik in 2020 graag een vervolgartikel wilde schrijven. Nu ik het proces vanuit de bedrijven in kaart had gebracht, vond ik het belangrijk om op een later moment ook de ambulancemedewerkers aan het woord te laten.

 

Twijfels over veiligheid nieuwe ambulancekleding
Foto: nieuwe ambulancekleding

Afgelopen januari startte ik met de inventarisatie. Wat in eerste instantie begon als een kort onderzoek werd uiteindelijk een groot project. Ik kwam er namelijk al snel achter dat er problemen waren met de nieuwe ambulancekleding.

In dit artikel neem ik je mee in mijn onderzoek. Ik vertel je wat er is gebeurd aan de hand van verslagen en diverse bronnen die bereid waren om te praten. Maar ook online speurwerk leverde genoeg informatie op om dit verhaal te kunnen schrijven.

 

Start onderzoek

Ik was dus benieuwd of de ambulancekleding in praktijk beviel. Mijn eerste stap was om de verschillende RAV’s te bellen. Dit zijn de Regionale Ambulance Voorzieningen. We hebben er vijfentwintig, die verdeeld zijn over het hele land. 

Ik maakte een lijst met de RAV’s, inclusief het telefoonnummer en het aantal bijbehorende inwoners en kilometers waar zij verantwoordelijk voor zijn. Met deze informatie kon ik tijdens telefoongesprekken wellicht beter inschatten waarom de ene regio meer medewerkers en bijbehorende feedback zou hebben dan de andere.

Bij iedere RAV die ik belde stelde ik dezelfde, open vraag: ”hoe bevalt de nieuwe ambulancekleding?” Hoe simpel deze vraag ook klonk, antwoord geven bleek vaak lastig. Er was altijd iemand anders die erover ging en diegene was er toevallig iedere keer niet. Of ik moest maar gaan praten met de communicatieafdeling.

Maar dat was juist niet wat ik wilde. Ik wilde iemand spreken die ervaring had met de kleding. Niet met iemand die had geleerd hoe hij strategische antwoorden kon geven. Een enkele keer kreeg ik dan toch een reactie. Dan hoorde ik dat men trots was op de kleding, dat het fijn zat. Goed om te horen!

Er waren ook andere geluiden. Zo hoorde ik van verschillende RAV’s dat de kledingpakketten nog niet geleverd waren. Meestal omdat de maten niet klopten, maar soms kon er geen reden benoemd worden.

 

Klokkenluider

Ondertussen werd ik benaderd door iemand die mij vertelde dat er meer aan de hand was. Mijn bron, die anoniem wil blijven, vertelde mij dat er verzet was tegen de nieuwe ambulancekleding zoals deze vanuit AZN (Ambulance Zorg Nederland) werd aangeboden en diverse RAV’s daarom twijfelden over de aanschaf van het nieuwe pakket. Sommigen zouden zelfs al in gesprek zijn met concurrenten van Havep, de producent van de nieuwe kleding, over een alternatief pakket. Mijn bron gaf als tip om de RAV in Rotterdam eens te bellen.

Ik kreeg een man aan de lijn die over de nieuwe ambulancekleding ging en mij direct vertelde dat het nieuwe, voorgestelde pakket niet aangeschaft zou worden. Hij zei dat ze ontevreden waren over verschillende aspecten ervan en daarom met AZN in gesprek waren over een alternatief. Zodra ik doorvroeg waar men precies ontevreden over was, werd het gesprek afgekapt. Daar wilde hij niet over uitweiden.

Inmiddels kreeg ik te horen dat de medewerkers in de regio Amsterdam ook aan het twijfelen waren. Zodra ik deze RAV opbelde, leek het verhaal te worden bevestigd. Ik kreeg iemand aan de telefoon die verantwoordelijk was voor de huidige kleding, het oude pakket. Hij gaf aan dat men op hogerhand bezig was met de nieuwe kleding, maar nog niet duidelijk was welke dit zou gaan worden. Wanneer ik de regio Hollands Midden spreek, blijkt dat ze het pakket wel hebben gekozen maar dat er ook hier zorgen zijn. De medewerker aan de telefoon vraagt zich hardop af of de medewerkers wel zichtbaar genoeg zijn.

Ondanks dat ik met niemand in mijn omgeving sprak over mijn bevindingen, werd ik plotseling benaderd door Gerrit-Jan Elshof, die ook zijn zorgen uitte over de nieuwe ambulancekleding. Hij had in het verleden meegewerkt aan de oude kledingpakketten en zei dat het huidige pakket op het gebied van veiligheid tekort schoot. ”Het is wachten op het eerste ongeluk,” zei hij.

Twee ongeruste bronnen en diverse vreemde telefoontjes met verontrustende berichten vanuit de ambulancediensten waren voor mij aanleiding om hier dieper in te duiken.

 

Een stukje geschiedenis

De ambulancediensten zijn van oudsher een combinatie van een publieke en private organisatie. Om precies te zijn, in 2015 was 54% van de ambulancediensten privaat. De kosten van de ambulances worden betaald via de zorgverzekeraars. En die worden op hun plaats weer betaald door burgers. 

De ambulancediensten hadden voor de levering van de nieuwe kleding allemaal losse contracten met leveranciers. Maar iedere medewerker moest wel kleding dragen met een bepaalde uitstraling. Op hoofdlijnen zagen de ambulancemedewerkers er daardoor hetzelfde uit, maar onderling waren er verschillen.

Je kunt je voorstellen dat al die losse contracten hogere kosten met zich meebrengen omdat er niet geprofiteerd kan worden van schaalvoordelen. Daarnaast was het ontwerp van de kleding al bijna twintig jaar oud én werd het ook wel eens gedragen door andere beroepsgroepen. Denk aan EHBO’ers en evenementenhulpverleners. Het was immers geen beschermd ontwerp. Hierdoor was er soms verwarring over wanneer mensen nu wel of geen ambulancemedewerkers waren.

Kortom: een slimme zet dus om de krachten te bundelen en nieuwe kleding te laten ontwerpen die exclusief gedragen kon worden door de ambulancemedewerkers.

 

Project nieuwe ambulancekleding

Nu neem ik je mee naar 2016, het jaar waarin men concrete stappen maakt om een landelijk pakket van ambulancekleding te creëren.

Er worden door AZN, de branchevereniging waar de RAV’s bij zijn aangesloten, verschillende teams opgericht om dit proces zo goed mogelijk in te richten. Zo is er een projectgroep, die vooral verantwoordelijk is voor de coördinatie. Zij gaan over zaken zoals geld, de risico’s, planning en kwaliteit. 

Daarnaast is er een klankbordgroep, die vooral de projectgroep adviseert. In de klankbordgroep zitten vertegenwoordigers vanuit de RAV’s, inclusief één medewerker van AZN. Deze groep wordt aangevuld door één persoon vanuit IFV, het Instituut Fysieke Veiligheid. Een deel van de leden van de klankbordgroep zitten ook in de projectgroep.

Boven deze teams hangt de stuurgroep. Ook deze groep bestaat hoofdzakelijk uit leden van AZN, aangevuld door iemand van de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Diegene die bij de stuurgroep IFV vertegenwoordigt, zit ook in dit team. De stuurgroep beslist of de voorstellen die worden gedaan, goed zijn en leggen deze vervolgens ter goedkeuring voor aan het bestuur van AZN.

Naast deze vier teams is er ook een vijfde team, de facilitaire managers. Hierin zitten vertegenwoordigers van de facilitaire managers uit de verschillende RAV’s. Gedurende het proces zullen zij op bepaalde momenten advies geven. Al deze teams bij elkaar moeten ervoor zorgen dat de ongeveer 5500 ambulancemedewerkers binnen een paar jaar in goede, nieuwe kleding lopen.

Afbeelding: versimpeld organogram, samengesteld a.d.h.v. online verslagen van AZN

Onderzoek door enquête

In februari 2016 wordt bekendgemaakt dat er een landelijke enquete verstuurd gaat worden naar alle medewerkers van de ambulance. Onderzoeksbureau Newcom Research & Consultancy stelt in samenspraak met de klankbordgroep deze enquete op. Hierin worden zowel vragen gesteld over de huidige kleding als de wensen voor het nieuwe pakket.

In april ontvangen de medewerkers een document waarin staat waar men op moet letten bij het invullen van de enquete. Zo wordt er aangegeven dat men moet nadenken over het feit dat de kleding zowel binnen als buiten moet worden gedragen, wat de psychologie is achter kleur en dat men rekening moet houden met de veiligheid. Hoewel er bij de uitleg over de kleuren precies staat wat welke kleur betekent, wordt er niet dieper ingegaan op het aspect veiligheid. Zo is er geen uitleg over de normen die bestaan op het gebied van veiligheid of andere regels.

De enquete wordt uiteindelijk in mei 2016 verstuurd vanuit de P&O afdelingen van de RAV’s naar de ambulancemedewerkers.

 

De resultaten

De eerste, officiële bijeenkomst van de klankbordgroep vindt in juni van dat jaar plaats. Men is op dat moment bezig met de selectie van een ontwerpster. Karin Slegers komt uiteindelijk als winnaar uit de bus. In het verslag van de bijeenkomst staat dat de uitslag van de enquete en bezoeken aan diverse RAV’s de input zullen zijn voor de nieuwe ontwerpen.

In augustus gaat Slegers daadwerkelijk op bezoek bij een aantal RAV’s. Ze spreekt met de ambulancemedewerkers en gaat ook mee in de auto.

Ondertussen worden de resultaten van de enquete bekendgemaakt. Het blijkt een schat aan informatie te zijn. Er komt naar voren dat de medewerkers ontevreden zijn over de pasvorm van de oude kleding, met name die van de dames.

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Een bericht gedeeld door Ambulancezorg Groningen (@ambulancezorggroningen) op

Foto: oude ambulancekleding

Als pluspunt wordt de veiligheid genoemd, men heeft het gevoel dat het hiermee wel goed zit. Ook wordt de medewerkers gevraagd of de huidige kleding wel aan de normen op het gebied van zichtbaarheid voldoet. Het gaat hierbij om de NEN-EN-ISO 20471, afgekort de ISO 20471.

Uitleg NEN-EN-ISO 20471

De ISO 20471 is de internationale norm op het gebied van zichtbaarheid van werkkleding. Afhankelijk van de werkzaamheden moeten mensen bij beroepen waarbij zichtbaarheid belangrijk is, voldoen aan één van de drie klassen.

Twijfels over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Bij iedere klasse geeft de norm aan hoeveel oppervlakte (vierkante meter) reflecterend materiaal en fluorescerende stof gebruikt moet worden. Hierbij wordt uitgegaan van de kleinste kledingmaat.

Klasse I heeft de laagste eisen en klasse III de hoogste. Dit houdt in dat mensen die kleding moeten dragen in klasse III volledig in fluorescerend en reflecterende stof gehuld zijn. Ter illustratie: mensen die aan het spoor werken moeten kleding dragen met klasse III omdat zichtbaarheid van groot belang is tijdens hun werk.

De vereiste klasse van de ambulancekleding komt later in dit artikel aan bod.

 

Uit de resultaten van de enquete blijkt dat ongeveer een kwart van de medewerkers geen idee heeft of de kleding aan de norm, welke klasse dan ook, voldoet. Van de zes genoemde kledingstukken geeft het grootste deel aan dat er vier wel voldoen aan de norm. Het merendeel van de respondenten geeft aan dat de huidige parka (jas), de softshell jas, het poloshirt en de pantalon voldoen aan de eisen rondom signaalkleuren.

Tijdens de enquete zijn de medewerkers ook gevraagd om aan te geven wat ze belangrijker vinden: veiligheid, uitstraling of pasvorm. Uit de resultaten blijkt dat men veiligheid belangrijker vindt dan uitstraling, maar weer minder belangrijk dan de pasvorm. Toch geven de respondenten aan dat veiligheid een belangrijk thema is, alleen is nog onduidelijk hoe men ervoor gaat zorgen dat de medewerkers voldoende zichtbaar zijn.

 

Het ontwerp

In september start Slegers met het ontwerpen van de ambulancekleding. Een maand later volgt er een bijeenkomst van de klankbordgroep. Hierbij is ook iemand aanwezig van Ambulanceblog, een onafhankelijk en grotendeels anoniem platform waarop ambulancemedewerkers informatie delen. 

Ambulanceblog vertelt daarna in een online artikel aan haar lezers dat de ontwerpen nog niet getoond zijn, maar er wel over is gesproken. De reden hiervoor is dat de ontwerpen eerst aan het bestuur van AZN getoond moet worden en daarna gedeponeerd. Op die manier kan worden voorkomen dat het ontwerp gekopieerd wordt door andere partijen wanneer dit zou uitlekken.

Tijdens het overleg wordt benadrukt dat de collectie in zijn geheel zal gaan voldoen aan klasse I van de ISO 20471. Ook zal er binnen de collectie rekening worden gehouden met medewerkers die langs de snelweg werken. Voor hen zou er kleding worden gemaakt dat voldoet aan klasse III, de hoogste norm op het gebied van zichtbaarheid. Dit zal worden gerealiseerd door een combinatie van een jas en een broek, aldus Ambulanceblog.

Dit gaat in tegen het Plan van Eisen Ambulancekleding, dat Ambulanceblog een jaar eerder publiceerde. In mei 2015 maakte het platform bekend dat uit een onderzoek onder 520 medewerkers bleek dat men kleding wil dragen die altijd voldoet aan klasse III.

Nadiene Toby, die vanuit AZN nauw betrokken was bij het project van de nieuwe kleding, zegt dat het plan van Ambulanceblog is meegenomen tijdens de inventarisatie. Echter waren er zoveel wensen vanuit verschillende partijen, dat niet alle resultaten verwerkt konden worden. Ze geeft aan dat er is gesproken over de veiligheid, maar er geen uitspraken zijn gedaan over dat de kleding aan een bepaalde klasse zou moeten voldoen.

Uiteindelijk krijgt Slegers in haar opdrachtomschrijving geen eisen mee rondom de norm van zichtbaarheid. 

 

Veiligheid

Ondanks dat Slegers zich formeel niet hoeft te houden aan de norm, besluit zij toch rode en gele fluorescerende elementen en reflecterende strepen aan haar ontwerpen toe te voegen. De achterkant van de jas is volledig reflecterend. 

In november 2016 presenteert zij vier verschillende collecties aan de klankbordgroep. Tijdens het overleg wordt duidelijk dat er één afvalt. Op de overige drie collecties wordt feedback gegeven. Er moeten nog een aantal zaken aangepast worden. Onder andere de rode, fluorescerende delen moeten worden vervangen voor een normale, rode stof. De gele, fluorescerende stof wordt in zijn geheel verwijderd.

Na de aanpassingen worden de drie collecties eind december doorgestuurd naar de ambulancemedewerkers. Direct ontstaat er een discussie op onder meer het hulpverleningsforum. Het valt de medewerkers op dat de kleding niet voorzien is van fluorescerende stof en er worden zorgen geuit over de zichtbaarheid. Zo vraagt men zich hardop af of de kleding niet aan de ISO 20471 zou moeten voldoen.

In januari 2017 plaatst AZN een bericht op hun website waarin wordt aangegeven dat er veel vragen zijn over de collecties. Er is een Q&A opgesteld waarin de antwoorden staan. Hierin staat dat het IFV, het instituut Fysieke Veiligheid, een RI&E (Risico Inventarisatie en evaluatie) heeft laten uitvoeren. Hieruit is gebleken dat slechts één kledingstuk van de collectie moet voldoen aan de ISO 20471, klasse II. En dat een hesje hieraan prima voldoet.

In de Q&A wordt geschreven dat er eerder fluorescerend geel in de ontwerpen was verwerkt, maar dat dit is verwijderd. De reden is dat het ervoor zou zorgen dat de kleding te veel leek op die van andere beroepsgroepen zoals de EHBO. Ook staat er dat fluorescerende stof duur zou zijn en door het weglaten ervan de ambulance zichzelf qua uitstraling kan onderscheiden. Ten slotte wordt bekendgemaakt dat de medewerkers van iedere collectie slechts vier kledingstukken te zien hebben gekregen, maar dat de collecties in werkelijkheid groter zijn.

 

De drie voorgestelde collecties zijn hieronder te zien.

Geplaatst door Kijlstra Ambulancezorg & Personenvervoer op Vrijdag 23 december 2016

Geplaatst door Kijlstra Ambulancezorg & Personenvervoer op Vrijdag 23 december 2016

Geplaatst door Kijlstra Ambulancezorg & Personenvervoer op Vrijdag 23 december 2016

Ondanks de antwoorden vanuit AZN blijven er vragen over de veiligheid van de nieuwe kleding. Op Clearmark.nl, een onafhankelijke adviescentrum voor beschermende kleding, wordt aandacht besteed aan de zorgen die men heeft:

”(…)Inmiddels zijn er bij AZN (Ambulancezorg Nederland) en via ambulanceblog.nl al wel vragen uit de sector binnengekomen over de arbotechnische kant van de voorgestelde ontwerpen. Heeft de opdrachtgever verzuimd bij het ontwerp van de kleding hier voldoende aandacht aan te besteden? Is ambulancekleding nu wel of geen veiligheidskleding? En waartegen moet ze dan bescherming bieden? Is er voldoende rekening gehouden met het feit dat veel van de kleding nu industrieel gereinigd wordt? Blijft dit zo en hoe zit het dan met de hygiëne en de leverduur?

Kortom, zijn de eigenschappen waar het bij ambulancekleding echt om gaat niet ondergeschikt gemaakt aan het ontwerp?”

 

Touch of Red

Begin februari 2017 wordt de definitieve collectie gekozen. Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de Klankbord- en Stuurgroep Kleding blijkt ‘Touch of Red’ de meeste stemmen van de medewerkers te hebben gekregen. 

In het verslag dat AZN daarna publiceert wordt er opnieuw ingegaan op de vele vragen en zorgen die er zijn rondom de zichtbaarheid van de kleding. Er wordt aangegeven dat het niet nodig is om aan klasse III te voldoen en dat men er blij mee is, omdat dit ruimte geeft voor een uniek ontwerp. Wel wordt benadrukt dat veiligheid het uitgangspunt is en dat er daarom twee kledingstukken voldoen aan klasse II. Het gaat om een hesje dat men in de zomer over een T-shirt of polo kan dragen en een parka voor in de winter. De andere kledingstukken voldoen niet aan de norm, maar zijn voorzien van reflecterende delen.

Ook wordt bekendgemaakt dat er voor de productie van de ambulancekleding een niet-openbare aanbesteding zal plaatsvinden. Er zal een voorselectie worden gedaan. De reden hiervoor is dat AZN verwacht dat veel partijen zich zullen inschrijven.

 

Problemen met klasse II

In juni 2017 blijkt dat de parka niet voldoet aan klasse II van de ISO 20471. Slegers past daarom het ontwerp van de jas aan, dit keer wel in combinatie met fluorescerend materiaal. Hetgeen in een eerder stadium was afgekeurd. Ze ontwerpt drie verschillende jassen in fluorescerend geel, oranje en rood.

De klankbordgroep vindt dat de jas niet past bij de rest van de collectie. Vervolgens ontstaat er een discussie over veiligheidskleding en zichtbaarheidskleding. Men vraagt zich hardop af hoe vaak dit nodig is. Uiteindelijk besluit men dat het eerder ontworpen vest voldoende is. Deze voldoet aan klasse II en een jas is daarom niet nodig, aldus de klankbordgroep.

Het voorstel wordt voorgelegd aan de projectgroep, de stuurgroep en uiteindelijk geaccordeerd door het bestuur van AZN.

  •  

Monsterbeoordeling en aanbesteding

Via de website maakt AZN in september bekend dat de partijen die zich hebben ingeschreven voor de aanbesteding, beoordeeld gaan worden. Bij de gunningscriteria staan drie thema’s centraal: MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), hygiëne en prijs. 

Van de vijf partijen die zich hebben ingeschreven blijven er na de selectie uiteindelijk drie over. Deze partijen maken een monster van de kleding, die vervolgens in april 2018 getest wordt door vijf ambulancemedewerkers. Het gaat hierbij om personen die zowel zitting hebben in de projectgroep als de klankbordgroep. Vervolgens wordt de definitieve leverancier gekozen. Het blijkt een combinatie te zijn van Wiltec en Havep. Wiltec zal verantwoordelijk zijn voor het logistieke deel en Havep voor de productie van de kleding.

Naar aanleiding van de feedback die voorkomt uit de test, wordt de kleding door de winnende partij aangepast. De kleding wordt vervolgens door middel van een landelijke draagproef opnieuw getest.

Aanvankelijk was het idee om iedere RAV één kledingpakket voor een man en één voor een vrouw toe te sturen in een veel voorkomende maat. Op die manier kon men geld en tijd besparen en de kleding kon door een willekeurige groep getest worden. Uiteindelijk besluit de stuurgroep dat de leden van de klankbordgroep de kleding moeten gaan testen. Als reden wordt hun betrokkenheid, proactieve inzet en bijdrage aan het proces genoemd.

 

Landelijke draagproef

De leden van de klankbordgroep mogen zelf iemand binnen hun RAV kiezen waarmee ze de draagproef gaan uitvoeren. De maten worden opgemeten en de proefkleding wordt per persoon op maat gemaakt. In eerste instantie was het plan om de kleding te testen in stoffen die de leverancier op voorraad had liggen. Het verven van de stoffen zou namelijk veel tijd kosten. Maar de leden van de klankbordgroep geven aan dat ze de kleding graag testen in de kleuren die uiteindelijk gedragen gaan worden.

Terwijl de collectie met trots wordt gepresenteerd aan de minister van VWS, loopt het project een flinke vertraging op. De landelijke draagproef wordt van mei 2018 verschoven naar februari 2019. Van 6 tot en met 27 februari wordt de kleding gedurende drie weken getest door 55 ambulancemedewerkers, waarvan ongeveer de helft bestaat uit leden van de klankbordgroep.

Voorafgaand aan de draagproef krijgen alle medewerkers die de kleding gaan testen te horen waar ze precies feedback op mogen geven. Het ontwerp en de stofkeuze staat vast, zo wordt gecommuniceerd. De feedback moet vooral op het draagcomfort en de functionaliteit gericht zijn. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de grootte van zakken of lussen.

De feedback wordt in maart 2019 besproken met Slegers en zeven kledingexperts die werkzaam zijn bij de leverancier en producent van de kleding. Het doel is om rond de zomer van 2019 de eerste helft van de RAV’s te voorzien van de nieuwe kleding.

 

Lancering nieuwe kleding

Uiteindelijk wordt de nieuwe ambulancekleding op 16 oktober 2019 gelanceerd. Wiltec maakt bekend dat er in totaal 120.000 kledingstukken en accessoires geleverd gaan worden en dat de kledingleveranciers een contractduur hebben van acht jaar.

Het totale project heeft een prijskaartje van vijf miljoen euro en één los kledingpakket kost gemiddeld vijfhonderd euro. Het bedrag blijkt vele malen hoger te zijn dan wat de ambulancediensten gewend zijn te betalen. Iets wat de discussie over de veiligheid van de kleding stimuleert. Het pakket voldoet voor een groot deel niet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid én is ook nog eens heel duur, zo wordt er gezegd.

In dezelfde periode maakt AZN via hun website bekend blij te zijn met het eindresultaat, maar dat er regio’s zijn die hebben besloten om het pakket niet af te nemen. Het gaat om Ambulancezorg Rotterdam Rijnmond en RAV Brabant Midden-West-Noord. Laatstgenoemde RAV, dat er eigenlijk twee zijn, bedient ongeveer tweederde van de provincie Brabant.

 

Situatie nu

Volgens de planning hadden alle ambulancediensten, met uitzondering van  de bovengenoemde, op dit moment de nieuwe kleding moeten dragen. Maar dat is dus niet het geval. Vooral de noordelijke RAV’s in Nederland zijn in het bezit van het nieuwe pakket. 

Toen ik deze week RAV Rotterdam Rijnmond voor de tweede keer belde en vertelde contact te hebben gehad met Toby, kreeg ik, in tegenstelling tot een telefoongesprek, wél een inhoudelijke reactie. Zo kwam ik erachter dat RAV Rotterdam bezig is met de vormgeving van hun eigen kledingpakket. Qua uitstraling moeten zij zich houden aan het ontwerp van Slegers, dat staat vast. Maar qua leverancier is er nog geen definitieve keuze gemaakt. 

Op dit moment zijn ze in gesprek met Moderna, waar zij voorheen ook hun kleding lieten maken. Daar is men aan het kijken naar welke stoffen er gebruikt kunnen worden en of deze aan de eisen van AZN voldoen. Want ondanks dat er waarschijnlijk wordt gekozen voor een alternatieve leverancier, moet er wel worden voldaan aan de eisen rondom MVO en duurzaamheid.

Naast het huidige pakket werkt RAV Rotterdam samen met Moderna aan een jas en soft-shell als aanvulling op het huidige pakket. Beide kledingstukken voldoen aan de ISO 20471, klasse III. Bij deze kledingstukken is er hoofdzakelijk gebruik gemaakt van een fluorescerende, rode stof en reflecterende delen. Er wordt ook gekeken of bepaalde delen van de huidige collectie, zoals de rode stof, fluorescerend gemaakt kunnen worden. Dit wordt allemaal gedaan in overleg met AZN, maar buiten Slegers om. Voor het ontwerp van de jas en soft-shell heeft men een andere ontwerpster ingeschakeld.

Ondertussen heeft RAV Rotterdam nauw contact met de RAV’s in Brabant die ook bezig zijn met de vormgeving van hun pakket. Zij hebben zich aangesloten bij de gesprekken tussen RAV Rotterdam en Moderna. Ook Brabant is namelijk geïnteresseerd in de extra jas en softshell-jas.

 

Op onderstaande Instagram- foto is het rode jack van ambulancedienst Rotterdam-Rijnmond te zien.

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Nieuw uniform! Over een paar maandjes gaan we over. #ems #ambulance #rescue #veiligheidsregiorotterdamrijnmond #ambulancezorgrotterdamrijnmond

Een bericht gedeeld door Bart Sanberg (@bart176) op

Slegers, die zelf woonachtig is in deze omgeving, ziet het met lede ogen aan:

”Ik heb meerdere malen contact opgenomen met Brabant, maar men weigert om met me te praten. Terwijl ik zo graag wil meewerken en aanpassingen wil doen. Ik ben echt geen ontwerper die per se wil vasthouden aan haar design. Het gaat om de medewerkers, dat zij fijn kunnen werken. Als ik eerder had geweten hoe belangrijk de norm is voor deze mensen, dan had ik een ander ontwerp gemaakt.

Ik vind het echt lastig. Ik ben nu bezig met de kleding voor de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en MMT (Mobiel Medisch Team). De piloten van MMT worden vrijwel helemaal in fluorescerend rood gekleed. De medewerkers van GHOR gaan hetzelfde uniform als de ambulancemedewerkers dragen, alleen dan in een groene stof. 

Laatst, toen er mensen met corona vanuit Brabant naar ziekenhuizen in het noorden werden vervoerd, zag het er vreemd uit. Ik zag het op televisie gebeuren. Je ziet de ambulancemedewerkers uit het noorden in de nieuwe, mooie kleding en de medewerkers uit Brabant in de oude kleding tegelijk. Ik vind het jammer, ik gun deze mensen de nieuwe kleding.”

 

Wat ging hier mis?

Wanneer ik het jarenlange traject in kaart breng, wordt duidelijk waarom RAV’s twijfelen of zelfs weigeren om het huidige pakket aan te nemen. Er zijn in dit jarenlange proces meerdere dingen gebeurd die ervoor hebben gezorgd dat het draagvlak aanzienlijk verminderd is.

 

1. Sturing in enquete 

Het begon al in 2015. In dat jaar hield Ambulanceblog een enquete onder ambulancemedewerkers waaruit bleek dat men een kledingpakket wilde dat voldeed aan ISO 20471, klasse III. Dit stond in het plan van eisen dat het platform in dat jaar publiceerde. Ondanks dat AZN aangeeft dit te hebben meegenomen in het verdere traject, lijkt men hier weinig rekening mee te hebben gehouden. Het uiteindelijke pakket voldoet, op één hesje na, niet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid.

De enquete die AZN in 2016 verspreidt onder de ambulancemedewerkers heeft ook een hele andere insteek. In plaats van te vragen naar hoe hoog de norm moet zijn, wordt gevraagd te kiezen tussen veiligheid, comfort en uitstraling. De medewerkers moeten aangeven wat ze belangrijker vinden. Dat geeft de respondenten het idee dat er gekozen zou moeten worden. Alsof de kleding niet veilig, comfortabel en een goede uitstraling tegelijk zou kunnen hebben. 

Dat de medewerkers aangeven dat de pasvorm belangrijker is dan veiligheid, verbaast mij niets. Het is juist het veiligheidsaspect dat goed scoorde bij het oude kledingpakket en het comfort dat ruimte bood voor verbetering. Het is niet meer dan logisch dat de prioriteiten op die manier worden gevormd. 

 

2. Onduidelijke communicatie 

Het is opvallend dat Toby vanuit AZN en Ambulanceblog elkaar tegenspreken wanneer het gaat om de eisen die vooraf zijn gesteld aan het ontwerp. Ambulanceblog schrijft dat er tijdens de vergadering is besproken dat het kledingpakket in zijn geheel aan klasse I zou voldoen en dat dit aangevuld zou worden met een combinatie van een broek en shirt dat samen zou voldoen aan klasse III.

Toby geeft aan dat dit niet klopt. Volgens haar is er van te voren geen afspraak gemaakt over de norm waaraan de kleding zou moeten voldoen. Toen er tijdens het proces een RI7E werd uitgevoerd, waaruit bleek dat een zichtbaarheidsvest voldoende zou zijn, heeft men deze norm gevolgd. 

Wanneer ik Slegers vraag naar de eisen die van te voren zijn gesteld, geeft ze aan dat ze nooit heeft gehoord dat haar ontwerpen moeten voldoen aan deze norm. Uit ervaring weet zij dat zichtbaarheid belangrijk is, en daarom verwerkte ze in eerste instantie zowel reflecterende als fluorescerende elementen in haar drie collecties. Maar die worden er vervolgens door AZN uit gehaald.

Ook wordt er in februari 2017 gezegd dat men blij is met het feit dat de kleding niet aan klasse III hoeft te voldoen. Maar ondertussen schrijft AZN dat veiligheid het uitgangspunt is. Deze twee zaken lijken elkaar tegen te spreken. Wanneer veiligheid je uitgangspunt is, dan zou je toch juist niet blij moeten zijn dat de kleding niet aan een zichtbaarheidsnorm hoeft te voldoen? Wanneer ik Toby vraag naar de reden, wordt het belang van uitstraling benadrukt. Volgens haar komt de fluorescerende stof die wordt gedragen bij zichtbaarheidskleding te agressief over, wat niet passend zou zijn voor ambulancepersoneel.

 

3. Eigen vlees keuren

In eerste instantie zijn er verschillende teams opgericht met allemaal een andere verantwoordelijkheid. Dit zou ervoor moeten zorgen dat niet alle verantwoordelijkheid bij één groep komt te liggen en er een breed draagvlak wordt gecreëerd voor de nieuwe kleding. 

Een nobel plan, maar ook de teamleden kunnen blind worden voor hun eigen project. Vooral omdat er meerdere personen zijn die in verschillende teams deelnemen. Er is, zeker na een jarenlange inzet, kans dat er zaken over het hoofd worden gezien. Het was daarom ook een goed idee dat de landelijke draagproef zou worden gedaan door een groep die niet direct betrokken was bij de totstandkoming van de kleding. Door een kledingset te laten maken in een veelvoorkomende maat zou men van te voren niet weten wie het ging dragen en testen.

Maar juist die kritische blik, dat is precies wat men uiteindelijk heeft weten te vermijden. Gedurende het traject wordt namelijk besloten dat de leden van de klankbordgroep de kleding gaan testen. Ze mogen zelf iemand kiezen uit hun RAV waarmee ze dit doen. Het is een gemiste kans. Juist de klankbordgroepmedewerkers zijn zo intensief bezig geweest met de kleding, zij kunnen er nooit zo’n frisse blik op werpen als een medewerker die niet in de klankbordgroep zat. Ze hebben immers zelf de keuzes voor bepaalde zaken gemaakt. De kans is groot dat het enthousiasme zo overweldigend is, dat ook de uitgekozen medewerker hierin meegaat. Het is een beetje de slager die zijn eigen vlees keurt.

 

4. Expertise vanuit werkkleding 

Maar er had eigenlijk helemaal geen slager moeten zijn, er had iemand bij betrokken moeten zijn die weet hoe het vlees daadwerkelijk gemaakt wordt. In dit geval een expert op het gebied van werk- en veiligheidskleding. Toby benadrukt dat de betrokkenheid van IFV voldoende was, omdat deze partij genoeg kennis zou hebben van de veiligheidsaspecten op het gebied van werkkleding. 

Leon Vaassen, eigenaar van de eerder genoemde Clearmark en Vaassen Textile Consultancy, was tijdens het proces betrokken bij het testen en goedkeuren van de stoffen. Hij heeft vijfendertig jaar ervaring met beschermende werkkleding en was verbaasd toen hij de kleding te zien kreeg:

”De oude ambulancekleding voldeed aan de ISO 20471, klasse II en III. Ik vind het bijzonder hoe we kunnen gaan van een pakket met zo’n hoge normering naar kleding die in zijn geheel niet aan een norm voldoet. Ja, op één vestje na. Ze droegen deze kleding met deze normen echt niet voor niets. Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het een mooi pakket. De kleding ziet er mooi uit. Maar ik sta er ook niet van te kijken dat er ambulancediensten zijn die weigeren om dit te dragen.”

Vaassen was niet de enige die de bui zag hangen. Ook intern werden de teams gewaarschuwd. Zo zijn er verschillende e-mails door de facilitaire managers gestuurd naar de stuurgroep waarin de zorgen rondom onder meer de veiligheid van het pakket werden geuit.

Maar ook externen trekken gedurende het proces aan de bel. Onder meer Gerrit-Jan Elshof, eigenaar van Crings B.V., zag dat er opvallende keuzes werden gemaakt. Hij was één van de producenten die verantwoordelijk was voor de ambulancekleding in Nederland. Ondanks dat hij zich inmiddels met name op de kleding van ambulancemedewerkers in Duitsland richt, heeft hij het proces nauwlettend gevolgd.

”Zodra ik zag dat men niet aan de ISO 20471 norm ging voldoen, wist ik dat er problemen zouden gaan ontstaan. Ik heb mijn hulp bij AZN aangeboden, maar ze zeiden voldoende mensen met expertise op het gebied van werkkleding te hebben. 

Ik begrijp dat ze niet verward willen worden met andere hulpdiensten, maar dan hadden ze het beste voor fluo rood kunnen kiezen. Daarmee zouden ze voldoen aan de norm én zijn ze onderscheidend. In Duitsland is dat een hele gebruikelijke en kenmerkende kleur. 

Ik vind het onbegrijpelijk wat er is gebeurd. Het is nu een kwestie van afwachten. Wachten op het eerste ongeluk omdat er een ambulancemedewerker niet zichtbaar genoeg was.” 

 

5. Verantwoordelijkheid verschuiven

Hoewel de uitspraak van Elshof over het ongeluk een heftig scenario schetst, is het niet ondenkbaar. Op dit moment voldoet alleen het vest aan de veiligheidsnorm. De medewerkers moeten bij het nieuwe pakket altijd dit vest aantrekken wanneer ze aan de weg werkzaam zijn.

Maar hoe realistisch is dit? Zullen alle medewerkers dit doen wanneer het een kwestie van leven of dood is? Dan telt iedere seconde en is de kans groot dat de ambulancemedewerker liever direct een gewonde helpt dan eerst een vest aan te trekken.  

Dit is onder andere het argument van RAV Rotterdam Rijnmond om te kiezen voor een extra jas die voldoet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid. Dan weet je tenminste zeker dat je zichtbaar bent, want een jas is een standaard onderdeel van de te dragen kledingcombinatie.

Door de invoering van het nieuwe kledingpakket, en met name het veiligheidsvest als enige kledingstuk dat voldoet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid, heeft men de verantwoordelijkheid verschoven. Waar eerst de werkgever de verantwoordelijkheid voor zichtbaarheid op zich nam, is het nu de werknemer die dat moet doen.

Wanneer je kijkt naar de arbowet, dan is de werkgever verplicht om PBM’s (Persoonlijke Beschermenings Middelen) te verstrekken en te vertellen hoe deze gebruikt moeten worden. De werknemer is verplicht om deze op de juiste manier te gebruiken. AZN heeft voorheen een andere keuze gemaakt door ervoor te zorgen dat de medewerkers hier niet zelf over na hoefden te denken tijdens hun werk. De kleding voldeed immers standaard aan de norm op het gebied van zichtbaarheid, klasse II of III. Nu moeten de medewerkers zelf nadenken over hun veiligheid tijdens het werk. 

En hoe moet dit worden ingeschat? Een ambulancemedewerker weet niet altijd van te voren of het ongeval plaatsvindt naast een drukke weg. En hoe hard er daar precies wordt gereden. Moet er dan telkens voordat men gaat handelen worden nagedacht of een veiligheidsvest verplicht is?

 

Wat te doen?

Tijdens de gesprekken met de verschillende (anonieme) bronnen, komt telkens één vraag terug. Een vraag die jij jezelf waarschijnlijk ook al hebt gesteld: wie is hier nu de schuldige? Of wie had wanneer moeten ingrijpen? Kortom: wie had dit kunnen voorkomen?

Het antwoord is echter niet eenduidig. Er is niet één persoon waar je alles op kunt afschuiven. Het zijn telkens groepen geweest die beslissingen hebben genomen of zich op een bepaalde manier hebben opgesteld. Sommige bronnen zeggen dat AZN een betere opdracht had moeten formuleren. Dat zij zich beter hadden moeten informeren en de signalen vanuit de medewerkers over de veiligheid serieuzer hadden moeten nemen.

De andere kant is weer dat dit geen kledingexperts zijn en zij daarom niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden. Volgens anderen zou het juist Havep zijn die als kledingproducent aan de bel had moeten trekken. Zij hebben al zo lang ervaring met werkkleding die zichtbaar moet zijn, zij hadden moeten aangeven dat dit niet verantwoord was. Anderen zeggen juist dat Havep zich aan de regels van de opdracht heeft gehouden. Zij hebben uitgevoerd wat was gevraagd en dat is het leveren van een kledingpakket. 

Hoewel het verleidelijk is om een schuldige aan te wijzen, denk ik dat het nuttiger is om te kijken naar wat hier aan gedaan kan worden. Want ondanks dat AZN zich aan de formele eisen rondom regelgeving heeft gehouden, spreken betrokkenen van een mislukt project. En niet onterecht.

Het doel was om een kledingpakket te realiseren dat door alle diensten gedragen zou worden, maar inmiddels trekken ten minste drie partijen hun eigen plan. En partijen die het wel dragen, daarvan twijfelt een deel. Er wordt gekozen voor een andere leverancier, andere stoffen en er worden zelfs kledingstukken aan toegevoegd. En voor die kledingstukken wordt ook weer een andere ontwerpster benaderd. 

Het zal verstandig zijn om een norm vast te stellen voor de ambulancekleding wanneer het gaat om de zichtbaarheid. Want ondanks dat het pakket aan de huidige norm voldoet (volgens de RI&E), blijken er meerdere ambulancediensten te zijn die dit niet voldoende vinden. Kortom: de normen op papier komen niet overeen met die in de praktijk.

 

Topje van de ijsberg

Ik heb mijn best gedaan om voor dit artikel een zo goed mogelijk beeld te schetsen van wat er in het verleden is gebeurd en wat er nu gaande is. Ik heb talloze verslagen, artikelen en onderzoeken doorgenomen, chronologisch op een tijdlijn in kaart gebracht. Ook heb ik diverse bronnen geraadpleegd. Maar dit is lang niet alles. Het is het topje van een ijsberg.

Ik heb gemerkt dat velen niet durven te spreken over wat ze weten, hebben ervaren of meegemaakt. Mensen zijn bang om hun baan te verliezen, hun reputatie of relaties op het spel te zetten. En dat is begrijpelijk. De nieuwe ambulancekleding is een groot project waar miljoenen in omgaat en vele belangen samenkomen. 

Maar dat wil niet zeggen dat veiligheid daarom een ondergeschoven kindje mag zijn. Ik ben de bronnen die met mij wilden praten zeer dankbaar. Allen vanuit een andere positie, waarvan een groot deel zich zorgen maakt om de veiligheid.

Ondanks dat ik door veel mensen ben gewaarschuwd voor de publicatie van dit artikel, vind ik het belangrijk dit te delen. Want uiteindelijk willen we maar één ding, en dat is goede én veilige kleding voor onze ambulancemedewerkers. Dat is wat ze verdienen. 

 

Groetjes,

Aileen

 

8 reacties

  1. Mijn complimenten. Goed geschreven stuk. Helder en transparant zoals dit tegenwoordig in de volksmond wordt genoemd.
    Ben ruim 35 jaar werkzaam in dit vak. En dus op de ambulance begonnen met een lange witte jas.
    Toch blijf ik mij verbazen in dit digitale tijdperk waar je alles kan uittekenen en berekenen, er toch weer zo’n chaos ontstaat.

  2. Zeer goed omschreven!!! Ik heb als veiligheidskundige i.o. en tevens toegewijd ambulanceverpleegkundige hier vroegtijdig al over aan de bel getrokken, zowel bij de ontwerpster alsmede via de vakbonden. De reactie van AZN, à la Colijn: “Gaat u maar rustig slapen, wij waken over u.” Het is zo jammer om te zien dat AZN exact dezelfde fouten maakt als de Nationale Politie, qua uniform. Nu moet ik straks een rood hesje aan om aan de zichtbaarheidseisen te voldoen, geloof mjj, die blijft onaangeraakt achter in het voertui

  3. Kosten nog moeite zijn gespaard om tot een weloverwogen keuze te komen. En dan toch is dit het resultaat. Dit project lijkt op een eerder project om te komen tot één ambulanceontwerp: de ANS. Ambulance Nieuwe Stijl. We kunnen het gewoon niet als ambulance-sector, iets met elkaar eens worden. We hebben een landelijk protocol ambulance (LPA), maar ook daarin veel regionale afwijkingen/uitzonderingen. Als we straks een nieuw LPA hebben, dan kun je er gif op innemen dat een deel van de collega’s (al dan niet betrokken bij de standkoming van datzelfde protocol) onderweg naar huis al aan het bedenken zijn waar zij het in hun regio anders zouden moeten gaan doen.
    Hebben we landelijke richtlijnen afgesproken hoe en wat we gaan doen bij grootschalige incidenten (GGB), dan gaan sommige regio’s het toch weer anders organiseren. We willen het gewoon persé anders doen dan bij de buren.

  4. Buitengewoon goed verdiept in de materie van deze complexe zaak en heel verhelderend geschreven. Compliment hiervoor.
    Hoe kan het zijn dat deze aanbesteding niet openbaar is gegaan? Er is niets zo erg als onderhandse afspraken bij projecten als deze, dat wekt direct de schijn op. Naast de financiële aspecten kun je met aanbesteden ook breder kijken en laten adviseren over veiligheid en ergonomie van kleding en gebruikte materialen. Ook productie capaciteit voor projecten als dit zou veel beter op orde moeten zijn. Ik lees tussen de regels de vertragingen.

    Het aspect veiligheid had zéker benadrukt moeten worden door de leverancier.
    Wanneer je weet waar de kleding ingezet wordt heb je een verplichting om aan te geven of daar wel of geen eisen aan gesteld worden. Anders is dat hetzelfde wanneer je een overall van 100% katoen aan een lasser gaat leveren.
    De ontwerpster voert een opdracht uit, daar zit niet de expertise. Maar de leverancier weet wel beter.

  5. Wiltec is een waardeloos bedrijf, december 2019 was de uitlevering bij de RAV waar ik werkzaam ben. Tot op de dag van vandaag is mijn pakket niet compleet. Geen broeken, geen polo’s, wat een stelletje prutsers. Als ik zo mijn werk zou doen………

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge