Twijfels over veiligheid nieuwe ambulancekleding

De veiligheid nieuwe ambulancekleding staat al sinds de invoering ter discussie. Ik publiceerde eerder een artikel waarin ik de ontwerpster en de begeleider van het proces interviewde. Daarna ging ik naar Wiltec, het bedrijf dat de kleding levert aan de verschillende ambulancediensten. Ook bij dit proces liet ik jullie meekijken op mijn blog. Destijds gaf ik bij de betrokkenen aan dat ik in 2020 graag een vervolgartikel wilde schrijven. Nu ik het proces vanuit de bedrijven in kaart had gebracht, vond ik het belangrijk om op een later moment ook de ambulancemedewerkers aan het woord te laten.

Twijfels over veiligheid nieuwe ambulancekleding
Foto: nieuwe ambulancekleding

Afgelopen januari startte ik met de inventarisatie. Wat in eerste instantie begon als een kort onderzoek werd uiteindelijk een groot project. Ik kwam er al snel achter dat er problemen waren met de nieuwe ambulancekleding.

In dit artikel neem ik je mee in mijn onderzoek. Ik vertel je wat er is gebeurd aan de hand van verslagen en diverse bronnen die bereid waren om te praten. Ook online speurwerk leverde genoeg informatie op om dit verhaal te kunnen schrijven.

Start onderzoek naar veiligheid nieuwe ambulancekleding

Ik was dus benieuwd of de ambulancekleding in praktijk beviel. Mijn eerste stap was om de verschillende RAV’s te bellen. Dit zijn de Regionale Ambulance Voorzieningen. We hebben er vijfentwintig, die verdeeld zijn over het hele land.

Ik maakte een lijst met de RAV’s, inclusief het telefoonnummer en het aantal bijbehorende inwoners en kilometers waar zij verantwoordelijk voor zijn. Met deze informatie kon ik tijdens telefoongesprekken wellicht beter inschatten waarom de ene regio meer medewerkers en bijbehorende feedback zou hebben dan de andere. Bij iedere RAV die ik belde stelde ik dezelfde, open vraag: ”hoe bevalt de nieuwe ambulancekleding?” Hoe simpel deze vraag ook klonk, antwoord geven bleek vaak lastig.

Er was altijd iemand anders die erover ging en diegene was er toevallig iedere keer niet. Of ik moest maar gaan praten met de communicatieafdeling. Dat was juist niet wat ik wilde. Ik wilde iemand spreken die ervaring had met de kleding. Niet met iemand die had geleerd hoe hij strategische antwoorden kon geven. Een enkele keer kreeg ik dan toch een reactie. Dan hoorde ik dat men trots was op de kleding, dat het fijn zat. Goed om te horen!

Er waren ook andere geluiden. Zo hoorde ik van verschillende RAV’s dat de kledingpakketten nog niet geleverd waren. Meestal omdat de maten niet klopten, maar soms kon er geen reden benoemd worden.

 

Klokkenluider over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Ondertussen nam iemand contact met mij op en vertelde dat er meer speelde. Mijn bron, die anoniem wil blijven, zei dat er verzet was tegen de nieuwe ambulancekleding die AZN (Ambulance Zorg Nederland) had aangeboden. Verschillende RAV’s twijfelden daarom over de aanschaf van het nieuwe pakket. Het verzet draaide grotendeels om de veiligheid van de nieuwe ambulancekleding. Volgens mijn bron spraken sommige RAV’s zelfs al met concurrenten van Havep, de producent van de nieuwe kleding, over een alternatief pakket. Hij tipte mij om de RAV in Rotterdam eens te bellen.

Toen ik daar iemand aan de lijn kreeg die verantwoordelijk was voor de nieuwe ambulancekleding, zei hij direct dat ze het voorgestelde pakket niet zouden aanschaffen. Volgens hem waren ze ontevreden over verschillende aspecten en voerden ze daarom gesprekken met AZN over een alternatief. Zodra ik doorvroeg waar de ontevredenheid precies over ging, kapte hij het gesprek af. Daar wilde hij niets over kwijt.

”Het is wachten op het eerste ongeluk”

Inmiddels kreeg ik te horen dat de medewerkers in de regio Amsterdam ook aan het twijfelen waren. Zodra ik deze RAV opbelde, leek het verhaal te worden bevestigd. Ik kreeg iemand aan de telefoon die verantwoordelijk was voor de huidige kleding, het oude pakket. Hij gaf aan dat men op hogerhand bezig was met de nieuwe kleding, maar nog niet duidelijk was welke dit zou gaan worden. Wanneer ik de regio Hollands Midden spreek, blijkt dat ze het pakket wel hebben gekozen maar dat er ook hier zorgen zijn. De medewerker aan de telefoon vraagt zich hardop af of de medewerkers wel zichtbaar genoeg zijn.

Ondanks dat ik met niemand in mijn omgeving sprak over mijn bevindingen, werd ik plotseling benaderd door Gerrit-Jan Elshof, die ook zijn zorgen uitte over de nieuwe ambulancekleding. Hij had in het verleden meegewerkt aan de oude kledingpakketten en zei dat het huidige pakket op het gebied van veiligheid tekort schoot. ”Het is wachten op het eerste ongeluk,” zei hij. Twee ongeruste bronnen en diverse vreemde telefoontjes met verontrustende berichten vanuit de ambulancediensten waren voor mij aanleiding om hier dieper in te duiken.

Een stukje geschiedenis

De ambulancediensten zijn van oudsher een combinatie van een publieke en private organisatie. Om precies te zijn, in 2015 was 54% van de ambulancediensten privaat. De kosten van de ambulances worden betaald via de zorgverzekeraars. En die worden op hun plaats weer betaald door burgers.

De ambulancediensten hadden voor de levering van de nieuwe kleding allemaal losse contracten met leveranciers. Maar iedere medewerker moest wel kleding dragen met een bepaalde uitstraling. Op hoofdlijnen zagen de ambulancemedewerkers er daardoor hetzelfde uit, maar onderling waren er verschillen.

Je kunt je voorstellen dat al die losse contracten hogere kosten met zich meebrengen omdat er niet geprofiteerd kan worden van schaalvoordelen. Daarnaast was het ontwerp van de kleding al bijna twintig jaar oud én werd het ook weleens gedragen door andere beroepsgroepen. Denk aan EHBO’ers en evenementenhulpverleners. Het was immers geen beschermd ontwerp. Hierdoor was er soms verwarring over wanneer mensen nu wel of geen ambulancemedewerkers waren.

Kortom: een slimme zet dus om de krachten te bundelen en nieuwe kleding te laten ontwerpen die exclusief gedragen kon worden door de ambulancemedewerkers.

Project nieuwe ambulancekleding

Nu neem ik je mee naar 2016, het jaar waarin men concrete stappen maakt om een landelijk pakket van ambulancekleding te creëren. Er worden door AZN, de branchevereniging waar de RAV’s bij zijn aangesloten, verschillende teams opgericht om dit proces zo goed mogelijk in te richten. Zo is er een projectgroep, die vooral verantwoordelijk is voor de coördinatie. Zij gaan over zaken zoals geld, de risico’s, planning en kwaliteit.

Daarnaast is er een klankbordgroep, die vooral de projectgroep adviseert. In de klankbordgroep zitten vertegenwoordigers vanuit de RAV’s, inclusief een medewerker van AZN. Deze groep wordt aangevuld door een persoon vanuit IFV, het Instituut Fysieke Veiligheid. Een deel van de leden van de klankbordgroep zit ook in de projectgroep.

 

Organisatie nieuwe ambulancekleding

Boven deze teams hangt de stuurgroep. Ook deze groep bestaat hoofdzakelijk uit leden van AZN, aangevuld door iemand van de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Diegene die bij de stuurgroep IFV vertegenwoordigt, zit ook in dit team. De stuurgroep beslist of de voorstellen die worden gedaan, goed zijn en leggen deze vervolgens ter goedkeuring voor aan het bestuur van AZN.

Naast deze vier teams is er ook een vijfde team, de facilitaire managers. Hierin zitten vertegenwoordigers van de facilitaire managers uit de verschillende RAV’s. Gedurende het proces zullen zij op bepaalde momenten advies geven. Al deze teams bij elkaar moeten ervoor zorgen dat de ongeveer 5500 ambulancemedewerkers binnen een paar jaar in goede, nieuwe kleding lopen.

Afbeelding: versimpeld organogram, samengesteld a.d.h.v. online verslagen van AZN

Onderzoek door enquête

In februari 2016 kondigt men aan dat er een landelijke enquête naar alle ambulancemedewerkers verstuurd zal worden. Onderzoeksbureau Newcom Research & Consultancy stelt deze enquête samen in overleg met de klankbordgroep. De vragen gaan zowel over de huidige kleding als over de wensen voor het nieuwe pakket. In april ontvangen de medewerkers een document met instructies voor het invullen van de enquête.

Daarin staat onder meer dat ze moeten nadenken over het feit dat de kleding zowel binnen als buiten gedragen moet worden, wat de psychologie achter kleur is en dat er rekening moet worden gehouden met de veiligheid. Hoewel de uitleg duidelijk maakt wat elke kleur betekent, gaat het document nauwelijks in op veiligheid. Zo ontbreekt uitleg over bestaande veiligheidsnormen of andere regels. Uiteindelijk versturen de P&O-afdelingen van de RAV’s de enquête in mei 2016 naar de ambulancemedewerkers.


Resultaten enquête: veiligheid nieuwe ambulancekleding en zichtbaarheid

De eerste, officiële bijeenkomst van de klankbordgroep vindt in juni van dat jaar plaats. Men is op dat moment bezig met de selectie van een ontwerpster. Karin Slegers komt uiteindelijk als winnaar uit de bus. In het verslag van de bijeenkomst staat dat de uitslag van de enquete en bezoeken aan diverse RAV’s de input zullen zijn voor de nieuwe ontwerpen. In augustus gaat Slegers daadwerkelijk op bezoek bij een aantal RAV’s.

Ze spreekt met de ambulancemedewerkers en gaat ook mee in de auto. Ondertussen worden de resultaten van de enquete bekendgemaakt. De enquête levert een schat aan informatie op. Medewerkers geven aan dat ze ontevreden zijn over de pasvorm van de oude kleding, vooral de dameskleding. Als pluspunt noemen ze de veiligheid: zij hebben het gevoel dat dit aspect goed geregeld is. Daarnaast vraagt de enquête of de huidige kleding voldoet aan de normen voor zichtbaarheid. Daarbij gaat het om de NEN-EN-ISO 20471, kortweg ISO 20471.

 

Veiligheid nieuwe ambulancekleding en ISO 20471: wat betekent de norm?

De ISO 20471 is de internationale norm op het gebied van zichtbaarheid van werkkleding. Afhankelijk van de werkzaamheden moeten mensen bij beroepen waarbij zichtbaarheid belangrijk is, voldoen aan één van de drie klassen.

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Een bericht gedeeld door Ambulancezorg Groningen (@ambulancezorggroningen) op

Foto: oude ambulancekleding

Twijfels over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Bij iedere klasse geeft de norm aan hoeveel oppervlakte (vierkante meter) reflecterend materiaal en fluorescerende stof gebruikt moet worden. Hierbij wordt uitgegaan van de kleinste kledingmaat.

Klasse I heeft de laagste eisen en klasse III de hoogste. Dit houdt in dat mensen die kleding moeten dragen in klasse III volledig in fluorescerend en reflecterende stof gehuld zijn. Ter illustratie: mensen die aan het spoor werken moeten kleding dragen met klasse III omdat zichtbaarheid van groot belang is tijdens hun werk.

De vereiste klasse van de ambulancekleding komt later in dit artikel aan bod.

Resultaten nieuwe ambulancekleding

Uit de resultaten van de enquete blijkt dat ongeveer een kwart van de medewerkers geen idee heeft of de kleding aan de norm, welke klasse dan ook, voldoet. Van de zes genoemde kledingstukken geeft het grootste deel aan dat er vier wel voldoen aan de norm. Het merendeel van de respondenten geeft aan dat de huidige parka (jas), de softshell jas, het poloshirt en de pantalon voldoen aan de eisen rondom signaalkleuren.

Tijdens de enquete zijn de medewerkers ook gevraagd om aan te geven wat ze belangrijker vinden: veiligheid, uitstraling of pasvorm. Uit de resultaten blijkt dat men veiligheid belangrijker vindt dan uitstraling, maar weer minder belangrijk dan de pasvorm.

Toch geven de respondenten aan dat veiligheid een belangrijk thema is, alleen is nog onduidelijk hoe men ervoor gaat zorgen dat de medewerkers voldoende zichtbaar zijn.

Nieuwe ambulancekleding: ontwerp

In september start Slegers met het ontwerpen van de ambulancekleding. Een maand later komt de klankbordgroep bijeen. Tijdens deze bijeenkomst is ook iemand van Ambulanceblog aanwezig, een onafhankelijk en grotendeels anoniem platform waar ambulancemedewerkers informatie delen. Ambulanceblog schrijft daarna in een online artikel aan haar lezers dat men de ontwerpen nog niet heeft getoond, maar er wel over heeft gesproken. Volgens het platform wilde AZN de ontwerpen eerst aan het bestuur laten zien en daarna deponeren, om te voorkomen dat andere partijen het ontwerp zouden kopiëren als het zou uitlekken.

Tijdens het overleg benadrukt men dat de collectie in zijn geheel moet voldoen aan klasse I van de ISO 20471. Daarnaast houdt men binnen de collectie rekening met medewerkers die langs de snelweg werken. Voor hen ontwerpt men kleding die voldoet aan klasse III, de hoogste norm op het gebied van zichtbaarheid. Volgens Ambulanceblog zou dit gerealiseerd worden met een combinatie van een jas en een broek. Dat druist echter in tegen het Plan van Eisen Ambulancekleding, dat Ambulanceblog een jaar eerder publiceerde. In mei 2015 maakte het platform bekend dat een onderzoek onder 520 medewerkers aantoonde dat men kleding wilde die altijd voldoet aan klasse III.

Nadiene Toby, die vanuit AZN nauw betrokken is bij het project van de nieuwe kleding, legt uit dat men het plan van Ambulanceblog wel heeft meegenomen in de inventarisatie. Maar omdat er zoveel wensen vanuit verschillende partijen kwamen, konden niet alle resultaten worden verwerkt. Ze geeft aan dat er wel is gesproken over de veiligheid, maar dat niemand uitspraken heeft gedaan over de vraag of de kleding aan een bepaalde klasse moest voldoen. Uiteindelijk krijgt Slegers in haar opdrachtomschrijving geen eisen mee rondom de norm van zichtbaarheid.

Veiligheid nieuwe ambulancekleding

Ondanks dat Slegers zich formeel niet hoeft te houden aan de norm, besluit zij toch rode en gele fluorescerende elementen en reflecterende strepen aan haar ontwerpen toe te voegen. De achterkant van de jas is volledig reflecterend.

In november 2016 presenteert Slegers vier verschillende collecties aan de klankbordgroep. Tijdens het overleg valt er één collectie af en geven de leden feedback op de overige drie. Ze vragen om meerdere aanpassingen: de rode fluorescerende delen moeten plaatsmaken voor een gewone rode stof en de gele fluorescerende stof moet helemaal verdwijnen.

Na deze aanpassingen stuurt men de drie collecties eind december door naar de ambulancemedewerkers. Vrijwel direct ontstaat er discussie, onder andere op het hulpverleningsforum. Medewerkers merken op dat de kleding geen fluorescerende stof bevat en uiten hun zorgen over de zichtbaarheid. Sommigen vragen zich hardop af of de kleding niet aan de ISO 20471 zou moeten voldoen.


Q&A AZN: wat zegt dit over de veiligheid van de nieuwe ambulancekleding?

In januari 2017 plaatst AZN een bericht op hun website waarin wordt aangegeven dat er veel vragen zijn over de collecties. Er is een Q&A opgesteld waarin de antwoorden staan.

Hierin staat dat het IFV, het instituut Fysieke Veiligheid, een RI&E 33 (Risico Inventarisatie en evaluatie) heeft laten uitvoeren. Hieruit is gebleken dat slechts één kledingstuk van de collectie moet voldoen aan de ISO 20471, klasse II. En dat een hesje hieraan prima voldoet. In de Q&A wordt geschreven dat er eerder fluorescerend geel in de ontwerpen was verwerkt, maar dat dit is verwijderd. De reden is dat het ervoor zou zorgen dat de kleding te veel leek op die van andere beroepsgroepenzoals de EHBO. Juist hier ontstaat discussie, omdat de veiligheid van de nieuwe ambulancekleding volgens velen ondergeschikt is gemaakt aan uitstraling.

Ook staat er dat fluorescerende stof duur zou zijn en door het weglaten ervan de ambulance zichzelf qua uitstraling kan onderscheiden. Ten slotte wordt bekendgemaakt dat de medewerkers van iedere collectie slechts vier kledingstukken te zien hebben gekregen, maar dat de collecties in werkelijkheid groter zijn. 

 

Vragen over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Ondanks de antwoorden vanuit AZN blijven er vragen over de veiligheid van de nieuwe kleding. Op Clearmark.nl, een onafhankelijke adviescentrum voor beschermende kleding, wordt aandacht besteed aan de zorgen die men heeft:

”(…)Inmiddels zijn er bij AZN (Ambulancezorg Nederland) en via ambulanceblog.nl al wel vragen uit de sector binnengekomen over de arbotechnische kant van de voorgestelde ontwerpen. Heeft de opdrachtgever verzuimd bij het ontwerp van de kleding hier voldoende aandacht aan te besteden? Is ambulancekleding nu wel of geen veiligheidskleding? En waartegen moet ze dan bescherming bieden? Is er voldoende rekening gehouden met het feit dat veel van de kleding nu industrieel gereinigd wordt? Blijft dit zo en hoe zit het dan met de hygiëne en de leverduur?

Kortom, zijn de eigenschappen waar het bij ambulancekleding echt om gaat niet ondergeschikt gemaakt aan het ontwerp?”

 

Touch of Red

Begin februari 2017 kiezen de Klankbord- en Stuurgroep Kleding de definitieve collectie. Tijdens de gezamenlijke bijeenkomst krijgt ‘Touch of Red’ de meeste stemmen van de medewerkers.

In het verslag dat AZN daarna publiceert, gaat de organisatie opnieuw in op de vele vragen en zorgen rondom de zichtbaarheid van de kleding. AZN benadrukt dat het niet nodig is om aan klasse III te voldoen en is daar blij mee, omdat dit ruimte geeft voor een uniek ontwerp. Tegelijkertijd stelt men dat veiligheid het uitgangspunt blijft en dat daarom twee kledingstukken voldoen aan klasse II. Het gaat om een hesje dat medewerkers in de zomer over een T-shirt of polo kunnen dragen en een parka voor de winter. De andere kledingstukken voldoen niet aan de norm, maar hebben wel reflecterende delen.

Daarnaast maakt AZN bekend dat voor de productie van de ambulancekleding een niet-openbare aanbesteding plaatsvindt. Er komt een voorselectie, omdat AZN verwacht dat veel partijen zich zullen inschrijven.

 

Veiligheid nieuwe ambulancekleding en problemen met klasse II

In juni 2017 blijkt dat de parka niet voldoet aan klasse II van de ISO 20471. Slegers past daarom het ontwerp van de jas aan, dit keer wel in combinatie met fluorescerend materiaal. Hetgeen in een eerder stadium was afgekeurd. Ze ontwerpt drie verschillende jassen in fluorescerend geel, oranje en rood. De klankbordgroep vindt dat de jas niet past bij de rest van de collectie. Vervolgens ontstaat er een discussie over veiligheidskleding en zichtbaarheidskleding.

Men vraagt zich hardop af hoe vaak dit nodig is. Uiteindelijk besluit men dat het eerder ontworpen vest voldoende is. Deze voldoet aan klasse II en een jas is daarom niet nodig, aldus de klankbordgroep. Het voorstel wordt voorgelegd aan de projectgroep, de stuurgroep en uiteindelijk geaccordeerd door het bestuur van AZN. Ook experts stellen vragen bij de veiligheid nieuwe ambulancekleding en het besluit om slechts een vest aan de norm te laten voldoen.

Monsterbeoordeling en aanbesteding

AZN maakt in september via de website bekend welke partijen zich hebben ingeschreven voor de aanbesteding. Bij de beoordeling staan drie thema’s centraal: MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), hygiëne en prijs. Van de vijf inschrijvers blijven er na de selectie drie over. Deze partijen leveren een kledingmonster, dat in april 2018 door vijf ambulancemedewerkers wordt getest.

Deze testers nemen zowel plaats in de projectgroep als in de klankbordgroep. Daarna kiest men de definitieve leverancier: een combinatie van Wiltec en Havep. Wiltec neemt het logistieke deel voor zijn rekening, terwijl Havep de kleding produceert. Op basis van de feedback uit de test past de winnende partij de kleding aan. Vervolgens ondergaat de kleding een landelijke draagproef.

Aanvankelijk wilde men iedere RAV een kledingpakket sturen voor een man en een vrouw in een veel voorkomende maat. Zo konden tijd en kosten worden bespaard, en kon een willekeurige groep medewerkers de kleding testen. Uiteindelijk besluit de stuurgroep echter dat de leden van de klankbordgroep de kleding moeten testen. Als reden noemt men hun betrokkenheid, proactieve inzet en bijdrage aan het proces.

Landelijke draagproef

De leden van de klankbordgroep kiezen zelf een collega binnen hun RAV om samen de draagproef uit te voeren. Ze meten de maten op, waarna de leverancier de proefkleding per persoon op maat maakt. In eerste instantie wilde men de kleding testen in stoffen die al op voorraad waren, omdat het verven veel tijd zou kosten. Toch drongen de leden van de klankbordgroep erop aan om de kleding te testen in de uiteindelijke kleuren.

Ondertussen presenteert men de collectie met trots aan de minister van VWS, maar het project loopt flinke vertraging op. De landelijke draagproef, die eigenlijk in mei 2018 zou plaatsvinden, schuift door naar februari 2019. Van 6 tot en met 27 februari testen 55 ambulancemedewerkers de kleding, waarvan ongeveer de helft uit de klankbordgroep komt.

Feedback gaat niet over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Voorafgaand aan de draagproef krijgen alle medewerkers die de kleding gaan testen te horen waar ze precies feedback op mogen geven. Het ontwerp en de stofkeuze staat vast, zo wordt gecommuniceerd. De feedback moet vooral op het draagcomfort en de functionaliteit gericht zijn. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de grootte van zakken of lussen. De veiligheid van de nieuwe ambulancekleding bleef in dit stadium grotendeels buiten beschouwing.

De feedback wordt in maart 2019 besproken met Slegers en zeven kledingexperts die werkzaam zijn bij de leverancier en producent van de kleding. Het doel is om rond de zomer van 2019 de eerste helft van de RAV’s te voorzien van de nieuwe kleding.

Lancering nieuw pakket

Op 16 oktober 2019 lanceert men de nieuwe ambulancekleding. Wiltec meldt dat er in totaal 120.000 kledingstukken en accessoires geleverd zullen worden en dat de leveranciers een contract voor acht jaar hebben gekregen. Het totale project kost vijf miljoen euro, terwijl een los kledingpakket gemiddeld vijfhonderd euro bedraagt. Dat bedrag ligt vele malen hoger dan wat de ambulancediensten gewend waren te betalen en voedt de discussie over de veiligheid van de nieuwe kleding.

Volgens veel betrokkenen voldoet het pakket grotendeels niet aan de zichtbaarheidseisen én is het te duur. In dezelfde periode laat AZN via de website weten tevreden te zijn met het eindresultaat. Toch besluiten enkele regio’s het pakket niet af te nemen. Het gaat om Ambulancezorg Rotterdam Rijnmond en RAV Brabant Midden-West-Noord. Deze laatste regio, feitelijk twee samengevoegde RAV’s, bedient ongeveer tweederde van de provincie Brabant.

 


Praktijkervaring RAV’s: veiligheid nieuwe ambulancekleding in het veld

Volgens de planning hadden alle ambulancediensten, met uitzondering van de bovengenoemde, op dit moment de nieuwe kleding moeten dragen. Dat is dus niet het geval. Vooral de noordelijke RAV’s in Nederland zijn in het bezit van het nieuwe pakket. Toen ik deze week RAV Rotterdam Rijnmond voor de tweede keer belde en vertelde contact te hebben gehad met Toby, kreeg ik, in tegenstelling tot een eerder telefoongesprek, wél een inhoudelijke reactie. Zo kwam ik erachter dat RAV Rotterdam bezig is met de vormgeving van hun eigen kledingpakket. Qua uitstraling moeten zij zich houden aan het ontwerp van Slegers, dat staat vast. Wat betreft de leverancier is er nog geen definitieve keuze gemaakt.

 

RAV Rotterdam werkt samen met Moderna

Op dit moment overlegt RAV Rotterdam met Moderna, het bedrijf dat eerder ook hun kleding produceerde. Samen onderzoeken ze welke stoffen geschikt zijn en of die aan de eisen van AZN voldoen. Hoewel de kans groot is dat Rotterdam voor een alternatieve leverancier kiest, moet de kleding nog steeds voldoen aan de richtlijnen voor MVO en duurzaamheid. Naast het huidige pakket ontwikkelt RAV Rotterdam samen met Moderna een jas en een softshell als aanvulling.

Beide kledingstukken voldoen aan ISO 20471, klasse III. Ze bestaan hoofdzakelijk uit fluorescerend rode stof en reflecterende delen. Daarnaast onderzoekt men of bepaalde onderdelen van de huidige collectie, zoals de rode stof, alsnog fluorescerend gemaakt kunnen worden. AZN begeleidt dit proces, maar Slegers is er niet bij betrokken. Voor het ontwerp van de jas en de softshell schakelde RAV Rotterdam een andere ontwerpster in.

Brabant

Ondertussen heeft RAV Rotterdam nauw contact met de RAV’s in Brabant die ook bezig zijn met de vormgeving van hun pakket. Zij hebben zich aangesloten bij de gesprekken tussen RAV Rotterdam en Moderna. Ook Brabant is namelijk geïnteresseerd in de extra jas en softshell-jas.

Op onderstaande Instagram- foto is het rode jack van ambulancedienst Rotterdam-Rijnmond te zien.

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Nieuw uniform! Over een paar maandjes gaan we over. #ems #ambulance #rescue #veiligheidsregiorotterdamrijnmond #ambulancezorgrotterdamrijnmond

Een bericht gedeeld door Bart Sanberg (@bart176) op

Reactie ontwerpster over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Slegers, die zelf woonachtig is in deze omgeving, ziet het met lede ogen aan:

”Ik heb meerdere malen contact opgenomen met Brabant, maar men weigert om met me te praten. Terwijl ik zo graag wil meewerken en aanpassingen wil doen. Ik ben echt geen ontwerper die per se wil vasthouden aan haar design. Het gaat om de medewerkers, dat zij fijn kunnen werken. Als ik eerder had geweten hoe belangrijk de norm is voor deze mensen, dan had ik een ander ontwerp gemaakt.

Ik vind het echt lastig. Ik ben nu bezig met de kleding voor de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en MMT (Mobiel Medisch Team). De piloten van MMT worden vrijwel helemaal in fluorescerend rood gekleed. De medewerkers van GHOR gaan hetzelfde uniform als de ambulancemedewerkers dragen, alleen dan in een groene stof. 

Laatst, toen er mensen met corona vanuit Brabant naar ziekenhuizen in het noorden werden vervoerd, zag het er vreemd uit. Ik zag het op televisie gebeuren. Je ziet de ambulancemedewerkers uit het noorden in de nieuwe, mooie kleding en de medewerkers uit Brabant in de oude kleding tegelijk. Ik vind het jammer, ik gun deze mensen de nieuwe kleding.”

Veiligheid nieuwe ambulancekleding: wat ging hier mis?

Wanneer ik het jarenlange traject in kaart breng, wordt duidelijk waarom RAV’s twijfelen of zelfs weigeren om het huidige pakket aan te nemen. Er zijn in dit jarenlange proces meerdere dingen gebeurd die ervoor hebben gezorgd dat het draagvlak aanzienlijk verminderd is.

 

1. Sturing in enquête  

Het begon al in 2015. In dat jaar hield Ambulanceblog een enquete onder ambulancemedewerkers waaruit bleek dat men een kledingpakket wilde dat voldeed aan ISO 20471, klasse III. Dit stond in het plan van eisen dat het platform in dat jaar publiceerde. Ondanks dat AZN aangeeft dit te hebben meegenomen in het verdere traject, lijkt men hier weinig rekening mee te hebben gehouden. Het uiteindelijke pakket voldoet, op een hesje na, niet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid.

De enquête die AZN in 2016 onder de ambulancemedewerkers verspreidt, heeft een heel andere insteek. In plaats van te vragen hoe hoog de norm moet zijn, laat AZN de medewerkers kiezen tussen veiligheid, comfort en uitstraling. De medewerkers moeten aangeven wat zij belangrijker vinden. Daarmee wekt AZN de indruk dat ze moeten kiezen, alsof de kleding niet tegelijkertijd veilig, comfortabel én representatief kan zijn.

Het verbaast mij dan ook niet dat de medewerkers de pasvorm belangrijker vinden dan veiligheid. Het oude kledingpakket scoorde immers goed op veiligheid, terwijl juist het comfort ruimte liet voor verbetering. Vanuit dat perspectief is het logisch dat de prioriteiten zo zijn gevormd.

 

2. Onduidelijke communicatie over veiligheid nieuwe ambulancekleding

Het is opvallend dat Toby van AZN en Ambulanceblog elkaar tegenspreken over de eisen die vooraf aan het ontwerp waren gesteld. Ambulanceblog schreef dat men tijdens de vergadering had afgesproken dat het kledingpakket volledig aan klasse I zou voldoen en dat een combinatie van broek en shirt samen aan klasse III zou voldoen. Toby ontkent dit en zegt dat er vooraf geen afspraken zijn gemaakt over de norm.

Tijdens het proces voerde men een RI&E uit, waaruit bleek dat een zichtbaarheidsvest voldoende was. Die norm volgden ze vervolgens. Toen ik Slegers vroeg naar de eisen die vooraf waren gesteld, zei ze dat ze nooit had gehoord dat haar ontwerpen aan een bepaalde norm moesten voldoen. Omdat ze uit ervaring weet hoe belangrijk zichtbaarheid en de veiligheid van de nieuwe ambulancekleding zijn, voegde ze in eerste instantie zowel reflecterende als fluorescerende elementen toe aan haar collecties. AZN haalde deze elementen er later echter weer uit.

In februari 2017 gaf AZN aan blij te zijn dat de kleding niet aan klasse III hoefde te voldoen, terwijl ze tegelijkertijd schreef dat veiligheid het uitgangspunt was. Dat is tegenstrijdig: als veiligheid de basis vormt, waarom juich je het dan toe dat de kleding niet aan de strengere zichtbaarheidsnorm voldoet? Toen ik Toby naar de reden vroeg, benadrukte ze vooral het belang van uitstraling. Volgens haar oogt fluorescerende stof te agressief en past dit niet bij ambulancepersoneel.

 

3. Eigen vlees keuren

In eerste instantie richt AZN verschillende teams op, elk met een eigen verantwoordelijkheid. Zo wil men voorkomen dat alle verantwoordelijkheid bij één groep komt te liggen en tegelijkertijd een breed draagvlak creëren voor de nieuwe kleding. Het plan klinkt nobel, maar de teamleden kunnen blind worden voor hun eigen project. Dat risico is groot, zeker omdat sommige personen in meerdere teams deelnemen en jarenlang intensief betrokken blijven. Daardoor kunnen zaken gemakkelijk over het hoofd worden gezien.

Daarom leek het een goed idee om de landelijke draagproef te laten uitvoeren door een groep die niet direct betrokken was bij de totstandkoming van de kleding. Door een kledingset in een veelvoorkomende maat te maken, zou niemand van tevoren weten wie het pakket zou dragen en testen. Juist die frisse, kritische blik had waardevol kunnen zijn. Uiteindelijk besluit men echter dat de leden van de klankbordgroep de kleding zelf testen. Zij mogen bovendien zelf iemand uit hun RAV kiezen om dit samen met hen te doen.

Het is een gemiste kans. Juist de klankbordgroepmedewerkers zijn zo intensief bezig geweest met de kleding, zij kunnen er nooit zo’n frisse blik op werpen als een medewerker die niet in de klankbordgroep zat. Ze hebben immers zelf de keuzes voor bepaalde zaken gemaakt. De kans is groot dat het enthousiasme zo overweldigend is, dat ook de uitgekozen medewerker hierin meegaat. Het is een beetje de slager die zijn eigen vlees keurt.

4. Expertise rondom veiligheid nieuwe ambulancekleding 

Maar er had eigenlijk helemaal geen slager moeten zijn, er had iemand bij betrokken moeten zijn die weet hoe het vlees daadwerkelijk gemaakt wordt. In dit geval een expert op het gebied van werk- en veiligheidskleding. Toby benadrukt dat de betrokkenheid van IFV voldoende was, omdat deze partij genoeg kennis zou hebben van de veiligheidsaspecten op het gebied van werkkleding. Leon Vaassen, eigenaar van de eerder genoemde Clearmark en Vaassen Textile Consultancy, was tijdens het proces betrokken bij het testen en goedkeuren van de stoffen. Hij heeft vijfendertig jaar ervaring met beschermende werkkleding en was verbaasd toen hij de kleding te zien kreeg:

”De oude ambulancekleding voldeed aan de ISO 20471, klasse II en III. Ik vind het bijzonder hoe we kunnen gaan van een pakket met zo’n hoge normering naar kleding die in zijn geheel niet aan een norm voldoet. Ja, op een vestje na. Ze droegen deze kleding met deze normen echt niet voor niets. Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het een mooi pakket. De kleding ziet er mooi uit. Maar ik sta er ook niet van te kijken dat er ambulancediensten zijn die weigeren om dit te dragen.”

”Onbegrijpelijk wat er is gebeurd”

Vaassen was niet de enige die problemen voorzag. Ook intern waarschuwden de teams. Zo stuurden de facilitaire managers meerdere e-mails naar de stuurgroep waarin ze hun zorgen uitten, onder meer over de veiligheid van het pakket. Ook externen sloegen tijdens het proces alarm. Gerrit-Jan Elshof, eigenaar van Crings B.V., merkte eveneens op dat er opvallende keuzes werden gemaakt. Hij was een van de producenten die verantwoordelijk waren voor ambulancekleding in Nederland. Hoewel hij zich inmiddels vooral richt op de kleding van ambulancemedewerkers in Duitsland, volgde hij het proces nauwlettend.

“Elk moment dat ik zag dat men niet aan de ISO 20471-norm zou voldoen, wist ik dat er problemen zouden ontstaan. Ik heb mijn hulp bij AZN aangeboden, maar zij zeiden voldoende mensen met expertise in werkkleding te hebben. Ik begrijp dat ze niet verward willen worden met andere hulpdiensten, maar dan hadden ze beter voor fluorescerend rood kunnen kiezen. Daarmee voldeden ze aan de norm én bleven ze onderscheidend. In Duitsland is dat een gebruikelijke en kenmerkende kleur. Ik vind het onbegrijpelijk wat er is gebeurd. Het is nu een kwestie van afwachten. Wachten op het eerste ongeluk, omdat een ambulancemedewerker niet zichtbaar genoeg is.”

5. Verantwoordelijkheid rondom veiligheid nieuwe ambulancekleding verschuiven

Hoewel de uitspraak van Elshof over het ongeluk een heftig scenario schetst, is het niet ondenkbaar. Op dit moment voldoet alleen het vest aan de veiligheidsnorm. De medewerkers moeten bij het nieuwe pakket altijd dit vest aantrekken wanneer ze aan de weg werkzaam zijn. Hoe realistisch is dit? Zullen alle medewerkers dit doen wanneer het een kwestie van leven of dood is? Dan telt iedere seconde en is de kans groot dat de ambulancemedewerker liever direct een gewonde helpt dan eerst een vest aan te trekken. 

Dit is onder andere het argument van RAV Rotterdam Rijnmond om te kiezen voor een extra jas die voldoet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid. Dan weet je tenminste zeker dat je zichtbaar bent, want een jas is een standaard onderdeel van de te dragen kledingcombinatie. Door de invoering van het nieuwe kledingpakket, en met name het veiligheidsvest als enige kledingstuk dat voldoet aan de norm op het gebied van zichtbaarheid, heeft men de verantwoordelijkheid verschoven. Waar eerst de werkgever de verantwoordelijkheid voor zichtbaarheid op zich nam, is het nu de werknemer die dat moet doen.


Wetgeving en verantwoordelijkheid: veiligheid nieuwe ambulancekleding

Wanneer je kijkt naar de arbowet, dan is de werkgever verplicht om PBM’s (Persoonlijke Beschermenings Middelen) te verstrekken en te vertellen hoe deze gebruikt moeten worden. De werknemer is verplicht om deze op de juiste manier te gebruiken. AZN heeft voorheen een andere keuze gemaakt door ervoor te zorgen dat de medewerkers hier niet zelf over na hoefden te denken tijdens hun werk. De kleding voldeed immers standaard aan de norm op het gebied van zichtbaarheid, klasse II of III.

Nu moeten de medewerkers zelf nadenken over hun veiligheid tijdens het werk. En hoe moet dit worden ingeschat? Een ambulancemedewerker weet niet altijd van te voren of het ongeval plaatsvindt naast een drukke weg. En hoe hard er daar precies wordt gereden. Moet er dan telkens voordat men gaat handelen worden nagedacht of een veiligheidsvest verplicht is?

Problemen met veiligheid nieuwe ambulancekleding: wie is schuldig?

Tijdens de gesprekken met de verschillende (anonieme) bronnen, komt telkens een vraag terug. Een vraag die jij jezelf waarschijnlijk ook al hebt gesteld: wie is hier nu de schuldige? Of wie had wanneer moeten ingrijpen? Kortom: wie had dit kunnen voorkomen? Het antwoord is echter niet eenduidig. Er is niet een persoon waar je alles op kunt afschuiven. Het zijn telkens groepen geweest die beslissingen hebben genomen of zich op een bepaalde manier hebben opgesteld. Sommige bronnen zeggen dat AZN een betere opdracht had moeten formuleren. Dat zij zich beter hadden moeten informeren en de signalen vanuit de medewerkers over de veiligheid serieuzer hadden moeten nemen.

De andere kant is weer dat dit geen kledingexperts zijn en zij daarom niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden. Volgens anderen zou het juist Havep zijn die als kledingproducent aan de bel had moeten trekken. Zij hebben al zo lang ervaring met werkkleding die zichtbaar moet zijn, zij hadden moeten aangeven dat dit niet verantwoord was. Anderen zeggen juist dat Havep zich aan de regels van de opdracht heeft gehouden. Zij hebben uitgevoerd wat was gevraagd en dat is het leveren van een kledingpakket. Hoewel het verleidelijk is om een schuldige aan te wijzen, denk ik dat het nuttiger is om te kijken naar wat hier aan gedaan kan worden. Want ondanks dat AZN zich aan de formele eisen rondom regelgeving heeft gehouden, spreken betrokkenen van een mislukt project. En niet onterecht.


Conclusie: duidelijkere normering voor de veiligheid van de nieuwe ambulancekleding

Het doel was om een kledingpakket te realiseren dat door alle diensten gedragen zou worden, maar inmiddels trekken ten minste drie partijen hun eigen plan. En van de partijen die het wel dragen twijfelt een deel. Er wordt gekozen voor een andere leverancier, andere stoffen en er worden zelfs kledingstukken aan toegevoegd. Voor die kledingstukken wordt ook weer een andere ontwerpster benaderd. Het zal verstandig zijn om een norm vast te stellen voor de ambulancekleding wanneer het gaat om de zichtbaarheid. Want ondanks dat het pakket aan de huidige norm voldoet (volgens de RI&E), blijken er meerdere ambulancediensten te zijn die dit niet voldoende vinden. Kortom: de normen op papier komen niet overeen met die in de praktijk.

Topje van de ijsberg

Ik heb mijn best gedaan om voor dit artikel een zo goed mogelijk beeld te schetsen van wat er in het verleden is gebeurd en wat er nu gaande is. Ik heb talloze verslagen, artikelen en onderzoeken doorgenomen, chronologisch op een tijdlijn in kaart gebracht. Ook heb ik diverse bronnen geraadpleegd. Dit is alleen lang niet alles. Het is het topje van een ijsberg. Ik heb gemerkt dat velen niet durven te spreken over wat ze weten, hebben ervaren of meegemaakt.

Mensen zijn bang om hun baan te verliezen, hun reputatie of relaties op het spel te zetten. Dat is begrijpelijk. De nieuwe ambulancekleding is een groot project waar miljoenen in omgaat en vele belangen samenkomen. Maar dat wil niet zeggen dat veiligheid daarom een ondergeschoven kindje mag zijn. Ik ben de bronnen die met mij wilden praten zeer dankbaar. Allen vanuit een andere positie, waarvan een groot deel zich zorgen maakt om de veiligheid.

Ondanks dat ik door veel mensen ben gewaarschuwd voor de publicatie van dit artikel, vind ik het belangrijk dit te delen. Het debat over de veiligheid nieuwe ambulancekleding laat zien hoe complex dit proces is geweest en waarom het onderwerp nog steeds gevoelig ligt.

En uiteindelijk willen we maar een ding, en dat is goede én veilige kleding voor onze ambulancemedewerkers. Dat is wat ze verdienen.

Benieuwd wat er hierna gebeurde? Check het artikel dat ik hierover heb geschreven. 

P.s: Wil je weten over wat er naar aanleiding van dit artikel gebeurde? Check dan mijn boek Helden in witte pakken. Te koop via o.a. Bol.com.

Groetjes,

Aileen

Laatste update: 26 september 2025

10 reacties

  1. Mijn complimenten. Goed geschreven stuk. Helder en transparant zoals dit tegenwoordig in de volksmond wordt genoemd.
    Ben ruim 35 jaar werkzaam in dit vak. En dus op de ambulance begonnen met een lange witte jas.
    Toch blijf ik mij verbazen in dit digitale tijdperk waar je alles kan uittekenen en berekenen, er toch weer zo’n chaos ontstaat.

  2. Zeer goed omschreven!!! Ik heb als veiligheidskundige i.o. en tevens toegewijd ambulanceverpleegkundige hier vroegtijdig al over aan de bel getrokken, zowel bij de ontwerpster alsmede via de vakbonden. De reactie van AZN, à la Colijn: “Gaat u maar rustig slapen, wij waken over u.” Het is zo jammer om te zien dat AZN exact dezelfde fouten maakt als de Nationale Politie, qua uniform. Nu moet ik straks een rood hesje aan om aan de zichtbaarheidseisen te voldoen, geloof mjj, die blijft onaangeraakt achter in het voertui

  3. Kosten nog moeite zijn gespaard om tot een weloverwogen keuze te komen. En dan toch is dit het resultaat. Dit project lijkt op een eerder project om te komen tot één ambulanceontwerp: de ANS. Ambulance Nieuwe Stijl. We kunnen het gewoon niet als ambulance-sector, iets met elkaar eens worden. We hebben een landelijk protocol ambulance (LPA), maar ook daarin veel regionale afwijkingen/uitzonderingen. Als we straks een nieuw LPA hebben, dan kun je er gif op innemen dat een deel van de collega’s (al dan niet betrokken bij de standkoming van datzelfde protocol) onderweg naar huis al aan het bedenken zijn waar zij het in hun regio anders zouden moeten gaan doen.
    Hebben we landelijke richtlijnen afgesproken hoe en wat we gaan doen bij grootschalige incidenten (GGB), dan gaan sommige regio’s het toch weer anders organiseren. We willen het gewoon persé anders doen dan bij de buren.

  4. Buitengewoon goed verdiept in de materie van deze complexe zaak en heel verhelderend geschreven. Compliment hiervoor.
    Hoe kan het zijn dat deze aanbesteding niet openbaar is gegaan? Er is niets zo erg als onderhandse afspraken bij projecten als deze, dat wekt direct de schijn op. Naast de financiële aspecten kun je met aanbesteden ook breder kijken en laten adviseren over veiligheid en ergonomie van kleding en gebruikte materialen. Ook productie capaciteit voor projecten als dit zou veel beter op orde moeten zijn. Ik lees tussen de regels de vertragingen.

    Het aspect veiligheid had zéker benadrukt moeten worden door de leverancier.
    Wanneer je weet waar de kleding ingezet wordt heb je een verplichting om aan te geven of daar wel of geen eisen aan gesteld worden. Anders is dat hetzelfde wanneer je een overall van 100% katoen aan een lasser gaat leveren.
    De ontwerpster voert een opdracht uit, daar zit niet de expertise. Maar de leverancier weet wel beter.

  5. Wiltec is een waardeloos bedrijf, december 2019 was de uitlevering bij de RAV waar ik werkzaam ben. Tot op de dag van vandaag is mijn pakket niet compleet. Geen broeken, geen polo’s, wat een stelletje prutsers. Als ik zo mijn werk zou doen………

  6. Heel duidelijk uitgelegd! Een mooi geschreven. Je hebt duidelijk alles goed uitgezocht. Ik heb 1 aanmerking. In het begin schreef u dat ambulance kleding veel verschillende leveranciers hadden maar dat is niet helemaal waar. De afgelopen 15 jaar was Moderna niet alleen verantwoordelijk voor het wassen van 80%-90% van alle ambulance diensten in Nederland maar ook leverancier. Wat nu in de afgelopen paar jaar wat verandert is door wiltec.

    Verder top artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge