Pointer uitzending over greenwashing mist een kanttekening

Wie zich verdiept in duurzaamheid rondom textiel, die zal de televisieaflevering van afgelopen maandag vast hebben gezien. Of terug hebben gekeken. Want het heeft nogal wat stof doen opwaaien. Onderzoeksprogramma Pointer liet in een uitzending zien dat termen als duurzaamheid en recycling van textiel niet zo mooi zijn als ze lijken. En dat zelfs onze eigen overheid zich schuldig maakt aan greenwashing. Of is het beeld dat het programma schetst toch wat kort door de bocht?

Wordt alles wel echt gerecycled?

In de aflevering duikt men in de wereld van textielrecycling. In het eerste deel gaat het vooral over de mode industrie en hoe enthousiast er wordt geadverteerd met duurzame kleding. Zo is te zien voor hoe weinig geld je een trui kunt kopen die gemaakt zou zijn van duurzaam katoen. Ook kun je bij verschillende merken je oude kleding inleveren zodat het vervolgens hergebruikt kan worden voor nieuwe kleding. Het is als consument natuurlijk lastig om in te schatten of dit ook echt op waarheid berust. Want hoe weet je zeker dat de kleding die je koopt gemaakt is van gerecycled materiaal? En wordt de kleding die je brengt ook daadwerkelijk voor nieuw textiel gebruikt?

We weten het niet en Pointer geeft daar in de uitzending ook geen antwoord op. Wel wordt er gekeken naar de mate waarin recycling mogelijk is. Zo wordt er onder meer een bezoek gebracht aan Frankenhuis, een bedrijf dat ik vaker heb benoemd mijn artikelen. Zij recyclen textiel door dit te vervezelen, waarna de vezels (her)gebruikt worden voor onder anderen isolatiemateriaal. Hoe dit precies in zijn werk gaat kun je lezen in het artikel dat ik hierover heb geschreven. 

Tijdens de uitzending blijkt dat niet alles gebruikt kan worden om te recyclen. Simpelweg omdat niet alle soorten textiel zich hiervoor lenen. Frankenhuis is bezig met het ontwikkelen van methoden die dit wel kunnen, maar dat heeft nog even tijd nodig. Zo word je als kijker geconfronteerd met de harde realiteit, want niet alle kleding die je inlevert wordt daadwerkelijk gerecycled. Er belandt nog steeds een deel op de brandstapel.

 

In de kledingbak

Dan zijn er natuurlijk nog de textielbakken. Die grote containers die ons het idee geven dat we oude kleding een nieuw leven geven. Dat blijkt voor een deel waar te zijn. In de aflevering is te zien hoe kwalitatief goede kleding wordt verzonden richting Oost-Europa, waar het vervolgens in tweedehands kledingwinkels terecht komt. Kleding die van minder goede kwaliteit is gaat naar Afrika. Maar dan is er nog een deel dat echt oud is. Kleding waar gaten in zitten of transpiratieplekken zichtbaar zijn, die niet meer gedragen kunnen worden. Een deel wordt gebruikt om te recyclen en een deel wordt verbrand.

Vooral die laatste groep is een groot probleem. Want steeds meer mensen kopen fast-fashion, goedkope kleding dat gemaakt is om slechts een aantal keren te dragen. Dit materiaal is vaak niet geschikt om te gebruiken voor recycling. In de uitzending vertelt een dame die werkzaam is bij een inzamelingspunt dat deze berg steeds groter wordt. En daardoor wordt de vervuiling door de textiel industrie ook steeds groter. 

Wie de eerste paar minuten bekijkt kan niet anders dan concluderen dat je de H&M’s en Zara’s van deze wereld aan de kant moet schuiven. Je kunt beter kleding kopen dat gemaakt is van een goede kwaliteit zodat je er lang plezier van kunt hebben. Dat is ook precies de reden dat ik pleit voor het dragen van werkkleding in de vrije tijd. Werkkleding is gemaakt om tegen een stootje te kunnen en er toch ook goed uit te zien. 

 

Er is veel meer

En werkkleding, dat komt in het tweede deel van de uitzending ook aan bod. Zo gaat de presentatrice van het programma op bezoek bij Shirley Schijvens van Schijvens Corporate Fashion. Zij is een van de koplopers in Nederland wanneer het gaat om duurzame bedrijfskleding. Mocht je nieuwsgierig zijn naar haar werkwijze, check dan even het artikel dat ik vorig jaar heb geschreven over de nieuwe kleding van Albert Heijn. Schijvens ontwikkelde de nieuwe kleding door er onder andere oude visnetten, petflessen en sportkleding in te verwerken.

Vervolgens komt de bedrijfskleding van de overheid aan bod. Op de website van het Rijk staat dat de kleding van overheidsinstanties zoals de politie en defensie gerecycled wordt. In de aflevering wordt verteld dat deze kleding wordt ontdaan van de logo’s en vervolgens te koop wordt aangeboden. De hoogste bieder kan de partij kleding opkopen. De presentatrice brengt in het programma een bezoek aan één van de kopers. Het blijkt een man te zijn die oude legerspullen inkoopt en via Marktplaats vervolgens weer verkoopt. Hij vertelt dat alleen de bruikbare artikelen worden verkocht en er dan nog een deel verknipt textiel overblijft. Daarvan geeft hij een deel weg aan mensen die er tasjes van maken en een deel wordt verbrand. 

Na het gesprek wordt er contact opgenomen met Defensie. Een medewerker die verantwoordelijk is voor de bedrijfskleding bij het Rijk geeft aan dat de overheid de kleding inderdaad afstaat aan derden. Ze schrijven op hun website dat de kleding wordt gerecycled, maar dat is slechts een mogelijkheid. Terwijl de overheid niet checkt wat er daadwerkelijk mee gebeurt, wordt toch online geclaimd dat er sprake is van recycling. Hierbij wordt gesproken van greenwashing: de illusie wekken dat iets duurzaam is, terwijl dit in werkelijk niet het geval blijkt te zijn.

 

Pointer uitzending over greenwashing mist een kanttekening

Laat ik als eerste voorop stellen dat ik het een goede aflevering vind. Het geeft antwoord op een aantal vragen die in de maatschappij leven. Want duurzaamheid is een containerbegrip geworden. Het groepje dat echt verstand heeft van duurzaamheid rondom textiel is klein. En daar zit ik ook niet bij. Maar door mijn ervaring en kennis van werkkleding wil ik wel een aantal kanttekeningen plaatsen bij deze uitzending.

Het is duidelijk dat gedurende de uitzending recycling wordt gezien als iets dat honderd procent zou moeten zijn. De presentatrice is van mening dat zolang je het ene kledingstuk niet kunt omzetten in een ander kledingstuk het dus niet echt duurzaam is. Dat is naar mijn idee wat kort door de bocht. Ondanks dat Schijvens uitlegt dat dit niet mogelijk is en bij Frankenhuis wordt aangegeven dat niet alle stoffen gerecycled kunnen worden, lijkt de dame hier niet in mee te kunnen gaan. Wanneer de overheid aangeeft dat niet alles opnieuw gebruikt wordt, krijg je als kijker het idee dat de overheid liegt. Alsof je voor de gek wordt gehouden en er sprake is van greenwashing.

 

Geen compleet beeld

Zoals vaak ligt het verhaal iets genuanceerder. Tijdens het programma wordt er gewezen op een webpagina van de overheid. Daarbij wordt alleen de eerste en de laatste zin voorgelezen. Hieronder deel ik de volledige tekst.

 

Doelen voor bedrijfskleding

Wist je dat defensie en de nationale politie hun bedrijfskleding recyclen? Juist binnen de Rijksoverheid bestaan nog meer beroepen waar bedrijfskleding (uniformen, beschermende kleding etc) verplicht is of veel worden gebruikt. Dat is een kansrijk gebied waar al jaren aan verduurzaming wordt gewerkt. Het lukt dan ook steeds beter om met marktpartijen samen innovatieve manieren te vinden om gebruikte kleding te recyclen.

Dat sluit aan op de circulaire Rijksdoelen:

•    In 2020 is bedrijfskleding een van de zes bedrijfsvoeringcategorieën die circulair zijn ingericht.

 

Wie de tekst goed leest ziet dat de overheid bezig is met projecten om duurzaam om te gaan met bedrijfskleding. Er wordt nergens geclaimd dat de kleding voor honderd procent duurzaam is of wordt gerecycled. En wat er wel staat, dat kan ik vanuit mijn ervaring ook bevestigen.

 

Er is meer 

Ik heb de afgelopen jaren meerdere partijen gesproken die met de overheid samenwerken om oude bedrijfskleding een nieuw leven te geven. Een van de voorbeelden is Remade Industry, een organisatie die artikelen maakt van oude bedrijfskleding. In 2019 schreef ik een artikel over de oude politiekleding en vorig jaar over de brandweerkleding. Zij maken zelfs riemen van oude brandweerslangen. Dat gaat allemaal in samenwerking met de overheid. Een soortgelijk bedrijf is Van Hulley, zij maken onder anderen relatiegeschenken van oude kleding. Hun klanten zijn organisaties zoals het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Ministerie van Sociale Zekerheid en Milieu en de provincie Groningen. 

En dan is er natuurlijk Frankenhuis. Ik weet dat verschillende overheidsinstanties hun bedrijfskleding bij Frankenhuis inleveren zodat het bruikbare textiel een nieuw leven krijgt. Een van hun klanten is trouwens I-did, een bedrijf die de vezels gebruikt om er vilt van te maken. Zij maken daar verschillende producten van voor partijen zoals de Efteling, KLM en de gemeente Den Haag.

Dit zijn voorbeelden van bedrijven die ik ken en waarmee ik heb gesproken over deze projecten. Daarnaast weet ik dat er meer initiatieven zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld scholen die afgedankte bedrijfskleding gebruiken voor educatieve projecten. Daarbij moeten de leerlingen op zoek naar een manier om de textiel opnieuw te gebruiken.

 

We ze zijn tenminste bezig

Dus ja, er is zeker mogelijkheid tot verbetering. Maar laten we ook realistisch zijn. Het is op dit moment simpelweg niet mogelijk om van een oud T-shirt een compleet nieuw T-shirt te maken zonder daar andere materialen aan toe te voegen. Dus kunnen we dat ook niet vragen van de overheid of welk bedrijf dan ook. Vergeet ook niet de bedrijven die werkkleding produceren. Ik zie talloze duurzame initiatieven in deze branche ontstaan. De een is wellicht duurzamer of beter dan de ander, maar er is een verandering gaande. Zowel bij de overheid als in de bedrijfskledingbranche. Ieder doet het op zijn eigen manier. Laten we dat niet vergeten. Er is nog een hoop te doen, maar we zijn tenminste bezig.

 

Groetjes,

Aileen 

Eén reactie

  1. Bij de KLM hadden ze van de stewardessen kleding, nieuw tapijt gemaakt voor in de nieuwe vliegtuigen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge